4. Wanneer moet deze mededeling plaatsvinden?

Een onderscheid dringt zich op naargelang de onder punt 3 bedoelde rekeningen (hebben) bestaan op naam van een onder punt 2 bedoelde persoon, alleen of gemeenschappelijk met andere personen, zelfs tijdens een zeer korte tijdspanne:

  • in de loop van het jaar 2019: het betreft op 31 december 2019 bestaande rekeningen, alsook die welke in de loop van 2019 afgesloten zijn. Die rekeningen moeten vóór – of uiterlijk samen met – de aangifte personenbelasting voor het aanslagjaar 2020 (inkomsten van 2019) aan het CAP worden medegedeeld, voor zover de rekeningen nog niet tijdens een vorig aanslagjaar aan het CAP zijn doorgegeven. Het verrichten van die formaliteit (ongeacht het tijdstip waarop zulks plaatsvindt) moet worden bevestigd in het licht van code 1075 in rubriek XIV;
  • vanaf het belastbaar tijdperk 2020: die rekeningen (geopend sinds 1 januari 2020) moeten vóór – of uiterlijk samen met – de aangifte personenbelasting voor het aanslagjaar 2021 (inkomsten van 2020) aan het CAP worden medegedeeld. Niets belet de belastingplichtige die zulks wenst, de informatie betreffende die rekeningen nu al aan het CAP mede te delen.

Fictief voorbeeld:

De volgende rekeningen hebben in het buitenland bestaan op naam van de belastingplichtige:

  • een rekening A, geopend in 2007 en afgesloten in 2010,
  • een rekening B, geopend in 2009 en afgesloten in 2013,
  • een rekening C, geopend in 2010 en afgesloten in 2014,
  • een rekening D, geopend in 2013 die op heden nog steeds bestaat,
  • een rekening E, geopend in 2020.

De mededeling van de gegevens aan het CAP m.b.t.:

  • de rekeningen B, C en D, had uiterlijk gelijktijdig met de aangifte PB voor aanslagjaar 2015 (inkomsten 2014) verricht moeten worden;
  • de rekening E, moet uiterlijk gelijktijdig met de aangifte PB voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) worden verricht;

De rekening A had niet aan het CAP moeten meegedeeld worden.

De rekening E mag nu reeds aan het CAP worden meegedeeld als de belastingplichtige dit wenst.

Een buitenlandse rekening die eerder al aan het CAP is meegedeeld, moet nadien niet meer opnieuw worden meegedeeld. De afsluiting van deze buitenlandse rekening zal echter wel aan het CAP moeten worden meegedeeld.

Opmerking: van zodra de inkomsten van het kind dat houder of medehouder is van een buitenlandse rekening niet langer bij die van de ouders worden gevoegd overeenkomstig artikel 126, § 4, WIB 92, moet iedere betrokken ouder aan het CAP het jaartal meedelen van het laatste belastbaar tijdperk tijdens hetwelk de inkomsten van het kind nog steeds bij de zijne of hare werden gevoegd. De decumul van de inkomsten van de ouders en van het kind heeft wel als gevolg dat het kind een belastingplichtige wordt in de zin van punt 2, waardoor hij ertoe verplicht is de buitenlandse rekeningen waarvan hij houder of medehouder is in eigen naam aan het CAP mee te delen, en dit ten laatste gelijktijdig met de eerste aangifte PB waarin hij het bestaan van deze buitenlandse rekeningen moet vermelden.