Wat verklaarde de zwakte in de verwerkende nijverheid in 2018-2019?

Artikel gepubliceerd in het Economisch tijdschrift van Juni 2020 (reeds verschenen artikels)

De verwerkende nijverheid in het eurogebied vertraagde in 2018 en 2019 sterker dan elders vanwege het grotere belang van de uitvoer, in een internationale omgeving gekenmerkt door toegenomen handelsspanningen en onzekerheid

Download het artikel Perscommuniqué

Vanaf 2019 wordt de volledige versie van de artikels van het Economisch Tijdschrift in het Engels gepubliceerd, met een digest in het Nederlands en het Frans.

Digest

In dit artikel wordt nader ingegaan op de vertraging in de verwerkende nijverheid in de loop van 2018 en 2019. Hoewel dat een wereldwijd verschijnsel bleek, was de industriële vertraging in het eurogebied duidelijk meer uitgesproken dan in andere grote economieën. De uitvoergerichte verwerkende nijverheid van het eurogebied bleek niet alleen erg kwetsbaar te zijn voor de vertraging van de internationale handelsstromen, ze kreeg bovendien af te rekenen met een aantal idiosyncratische factoren, zoals productieproblemen en veranderende consumentenvoorkeuren in de autonijverheid.

In België hield de verwerkende nijverheid dan weer relatief beter stand dan in het eurogebied en de buurlanden, dankzij de specialisatie in minder conjunctuurgevoelige industrietakken, die het bovendien beter deden dan elders.

Situatieschets

Begin 2018 begonnen bepaalde vertrouwensindicatoren, zoals de PMI in de verwerkende nijverheid, wereldwijd te verslechteren. Die tendens was evenwel meer uitgesproken in het eurogebied dan in andere grote economieën, zoals de Verenigde Staten en China. Sinds februari 2019 bleef de bewuste indicator er zelfs onder de grens van 50, wat wijst op een verwachte achteruitgang van de industrie.

De vertraging in de verwerkende nijverheid bleef niet beperkt tot het vertrouwen, maar werd ook bevestigd door de zogeheten harde indicatoren, zoals de industriële productie of de toegevoegde waarde in de verwerkende nijverheid. Beide indicatoren wezen, althans wat het eurogebied betreft, op een piek in de verwerkende nijverheid aan het begin van 2018, waarna meerdere kwartalen van neergang volgden. Opnieuw was de daling in het eurogebied meer uitgesproken dan, bijvoorbeeld, in de Verenigde Staten of China.

Verklaringen voor de vertraging in de verwerkende nijverheid

De afgelopen jaren werden gekenmerkt door toenemende internationale onzekerheden, met name vanwege de oplopende handelsspanningen en de stijgende tendens tot protectionisme. Het meest bekende voorbeeld daarvan is ongetwijfeld het conflict tussen de Verenigde Staten en China, dat in de loop van 2018 en 2019 escaleerde. Hoewel de directe impact daarvan op de productie (in toegevoegde waarde) in  derde landen als relatief beperkt kan worden ingeschat, werd er weliswaar mondiale onzekerheid gecreëerd. Eind 2019 bleek uit een enquête bij bedrijfsleiders dat zij zich, ten opzichte van begin 2018, meer zorgen maakten over de algemene economische onzekerheid. Die toegenomen onzekerheid uitte zich in verscheidene grote economieën door een vertraging van de investeringen, ondanks een nog steeds gunstig investeringsklimaat. Investeringen zijn doorgaans sterk handelsintensief en de vertraging ervan drukte derhalve bijkomend de internationale handelsstromen. Daarbovenop kwam nog de herbalancering van de Chinese economie in de richting van een meer op binnenlandse consumptie en invoersubstitutie gericht economisch model.

​Het uiteindelijk resultaat was een duidelijke vertraging in de groei van de wereldhandel, die eind 2019 zelfs negatief werd. Het eurogebied is, vergeleken met andere grote economieën, kwetsbaarder voor een dergelijke vertraging aangezien zijn toegevoegde waarde in grotere mate voor de uitvoer bestemd is. Dat verklaart waarom de verwerkende nijverheid in het eurogebied zwaardere klappen kreeg dan die van de Verenigde Staten of China. In alle landen is de verwerkende nijverheid bovendien relatief gevoeliger voor handelsschommelingen dan de dienstensector. Daardoor, maar ook dankzij de gunstige situatie op de arbeidsmarkt, bleef de dienstensector van het eurogebied in de loop van 2018-2019 robuust vergeleken met de verwerkende nijverheid. Een dergelijke divergentie is evenwel niet ongewoon en er waren a priori weinig elementen die aantoonden dat de dienstensector sterk onderhevig zou zijn aan negatieve spillovereffecten uit de verwerkende nijverheid. Begin 2020 werden de kaarten evenwel verschud door het uitbreken van de Covid-19 pandemie. Vanaf maart is het vertrouwen in de dienstensector zelfs sterker gekelderd dan in de verwerkende nijverheid.

Focus op België

Terwijl de verwerkende nijverheid in het eurogebied en in de buurlanden aan toegevoegde waarde heeft verloren, was dat in België amper het geval. Die relatief betere prestatie is deels terug te voeren op de samenstelling van de Belgische verwerkende nijverheid, die in hogere mate gericht is op minder conjunctuurgevoelige industrietakken, zoals farmaceutische producten en voeding en drank. Bovendien lieten die specifieke bedrijfstakken in België ook een relatief sterkere groei optekenen dan in het eurogebied.