Methodologie

Conjunctuurenquêtes

Deelnemersstaal en vragenlijst

Maandelijks wordt een panel van ongeveer 6.000 bedrijfsleiders gecontacteerd. De vragen hebben voornamelijk betrekking op de beoordeling van de huidige situatie en de verwachtingen voor de komende 3 maanden.

De vragen van kwalitatieve aard hebben voornamelijk betrekking op de productie, de orderportefeuille, de werkgelegenheid en de prijzen. Zij handelen over drie hoofdthema's. In eerste instantie worden de ondernemingen bevraagd omtrent hun laatste ontwikkelingen: zijn zij opwaarts of neerwaarts gericht, of zijn zij onveranderd gebleven? In tweede instantie wordt aan de ondernemingen gevraagd een beoordeling te geven van elke vermelde ontwikkeling: is deze ontwikkeling normaal, beter dan normaal of slechter dan normaal? In derde en laatste instantie geven de bedrijfsleiders de verwachte trends aan voor de volgende drie maanden.

De bij de ondernemingen gevoerde enquête gaat uit van een panel. Eenzelfde representatief staal van ondernemingen die actief zijn in de industrie, de bouw, de handel en de dienstverlening aan de ondernemingen wordt aan het begin van elke maand schriftelijk ondervraagd (per brief, fax of e-mail).

Berekening van de vertrouwensindicatoren

De gewogen individuele antwoorden uit de conjunctuurenquête worden verwerkt tot indicatoren. De antwoorden op een selectie van vragen leiden tot de synthetische conjunctuurbarometer van de Nationale Bank. Het betreft zowel een seizoengezuiverde bruto conjunctuurindicator als een afgevlakte indicator die de fundamenteel tendens weergeeft.

Uitgaande van de antwoorden van elke onderneming, berekent men voor elke vraag het percentage van ondernemers dat een verbetering heeft vermeld (positieve antwoorden), het percentage van ondernemers dat een verslechtering heeft gemeld (negatieve antwoorden), evenals het percentage dat een status quo heeft opgegeven. Bij de berekening van deze drie percentages wordt rekening gehouden met het relatieve belang van elke onderneming binnen elke door de enquêtes bestreken activiteit. De resultaten van elke onderneming (individuele resultaten) worden vervolgens geaggregeerd op basis van de toegevoegde waarde van elke activiteit. Voor elke aggregatieniveau wordt een saldo opgesteld voor elke vraag: het betreft het verschil tussen het percentage van ondernemingen dat een verbetering heeft opgegeven (positieve antwoorden) en het percentage van ondernemingen dat een verslechtering heeft gemeld (negatieve antwoorden). Als er bijvoorbeeld evenveel positieve als negatieve antwoorden zijn, is het saldo van de vraag gelijk aan nul; een saldo van +10 betekent echter dat de positieve antwoorden 10 procentpunt talrijker zijn dan de negatieve antwoorden.

Eenmaal opgesteld, wordt elk saldo gecorrigeerd voor seizoengebonden schommelingen. Een synthetische indicator wordt vervolgens voor elke sector en voor elke bedrijfstak berekend door het rekenkundig gemiddelde van de seizoengezuiverde saldo's van de antwoorden op alle vragen te berekenen, behalve voor de vragen over de prijzen. De globale synthetische curve is het gewogen gemiddelde van de synthetische indicatoren van de industrie, de bouw en de handel. Door het algemene verloop van het ondernemersvertrouwen op die manier samen te vatten, vormt de globale synthetische indicator wat men in België doorgaans de conjunctuurbarometer noemt.

Behalve deze bruto-indicatoren, die beschikbaar zijn vanaf het einde van de referentiemaand, worden tevens afgevlakte indicatoren samengesteld. Ontdaan van alle extreme bewegingen door de berekening van een voortschrijdend gemiddelde, weerspiegelen deze afgevlakte indicatoren met enkele maanden vertraging de fundamentele tendens van het conjunctuurverloop.

Consumentenenquête

Deelnemersstaal en vragenlijst

Maandelijks wordt een wisselend representatief staal van 1.850 personen ondervraagd. De vragen hebben betrekking tot zowel het algemene macro-economische verloop in België als de financiële positie en het mogelijke bestedingspatroon van de ondervraagde.

Het consumentenstaal wordt elke maand volledig hernieuwd. Elke maand wordt een representatieve selectie van in België verblijvende huishoudens willekeurig getrokken, rekening houdend met geografische, sociale en demografische aspecten. De enquête gebeurt telefonisch tussen de eerste en de vijftiende van de maand.

De vragenlijst is kwalitatief van aard, in die zin dat aan de ondervraagde persoon wordt gevraagd een positieve, neutrale of negatieve positie in te nemen ten aanzien van het verloop, de beoordeling en de verwachtingen voor een reeks economische variabelen. Vier hoofdthema's worden aan de orde gesteld: de algemene economische situatie in België, de persoonlijke financiële toestand en het spaargedrag, de voornemens inzake de aankoop van duurzame consumptiegoederen, en tot slot de voornemens inzake de aankoop, bouw of verbetering van de woning.

Overzicht van de vragenlijst (pdf)

Berekening van de vertrouwensindicatoren

De individuele antwoorden uit de consumentenenquête worden verwerkt tot gesynthetiseerde indicatoren. De antwoorden op een selectie van vragen worden samengevoegd tot de indicator van het consumentenvertrouwen.

De vertrouwensindicator wordt opgesteld aan de hand van de antwoorden op een reeks van vier vragen. De eerste twee vragen zijn van macro-economische aard en hebben respectievelijk betrekking op de economische situatie en op de werkloosheid in België gedurende de volgende twaalf maanden. De overige twee vragen zijn meer gericht op de ondervraagde persoon zelf, en hebben betrekking op de financiële situatie en de besparingen van het gezin gedurende de volgende twaalf maanden.

Voor elke vraag berekent men tegenover het totaal van het aantal deelnemers het percentage van consumenten dat een verbetering heeft vermeld (positieve antwoorden), het percentage van consumenten dat een verslechtering heeft gemeld (negatieve antwoorden) en het percentage van consumenten dat een status-quo heeft opgegeven. Voor de berekening van die percentages worden de antwoorden niet gewogen en het verschil tussen de percentages "positieve" en "negatieve" vormt het saldo (het antwoord) op de vraag. Als er bijvoorbeeld evenveel positieve als negatieve antwoorden zijn, is het saldo van de vraag gelijk aan nul; een saldo van +10, daarentegen, betekent dat de positieve antwoorden 10 procentpunt talrijker zijn dan de negatieve antwoorden.

Methodologie consumentenenquête (pdf)

Bank Lending Survey en kwartaalenquête bij de bedrijven naar de kredietvoorwaarden