20 jaar na de omschakeling naar de euro

20 jaar na de omschakeling naar de euro

29 december 2021
Euro
Het was een heel spannend moment, op oudejaar 20 jaar geleden, toen de eurobiljetten en -muntstukken voor het eerst in omloop kwamen. De “changeover”, zoals de operatie werd genoemd, was minutieus voorbereid door het commissariaat-generaal voor de euro en de Nationale Bank. De productie van de euro’s, de bevoorrading vooraf (of zogenaamde frontloading) van banken, warenhuizen, handelaars en tot slot ook de burgers (met starterkits), de terugtrekking van het Belgische geld… alles moest heel zorgvuldig worden gepland én uitgevoerd. Dat lukte aardig, mede dankzij de medewerking van alle stakeholders (banken, handel, overheid…) maar vooral ook omdat de Belgen hun nieuwe munt omarmden. Half januari 2002 al was de Belgische frank vrijwel uit het betalingsverkeer verdwenen.

In de talloze speeches over de euro die ik rond de jongste eeuwwisseling hield, gebruikte ik vaak het motto van enkele luchtmachten, namelijk “per aspera ad astra”: de euro zal wat aanpassing en moeite vragen, maar doorheen de moeilijkheden bereiken we iets beters. En steevast vatte ik de argumenten voor de omschakeling samen in drie dingen: meer efficiëntie, meer stabiliteit en meer kansen op een sterker Europa.

Ik vatte steevast de argumenten voor de omschakeling samen in drie dingen: meer efficiëntie, meer stabiliteit en meer kansen op een sterker Europa.

 

De eerste twee beloftes zijn waargemaakt. Méér efficiëntie is er gekomen door de uitschakeling van veel wisselkosten en wisselkoersrisico’s, en dat heeft zeker geleid tot een extra expansie van de handel in het eurogebied en de economische activiteit. Meer stabiliteit is ook gerealiseerd, want met de euro zijn een Europese Centrale Bank (ECB) en een Eurosysteem gecreëerd die prioritair prijsstabiliteit nastreven en zo de koopkracht van de munt beschermen – en dat was een verademing na de turbulente jaren ’70 en ’80.

Met de derde belofte is het anders gelopen. A posteriori is het duidelijk geworden dat de architectuur van de Europese Economische Monetaire Unie (EMU) ontoereikend of in ieder geval te minimalistisch was. De periode na de creatie van de euro was er geen van convergentie maar van divergentie. De begrotingsdiscipline die door het Groei- en Stabiliteitspact was voorgeschreven bleef uit, wellicht omdat veel regeringen onder een soort van “fiscal fatigue” leden na de inspanningen die ze hadden moeten leveren om tot de monetaire unie toe te treden. De relatieve concurrentieposities gingen uiteenlopen. Dat kwam doordat de loonkosten in een aantal landen te snel klommen – zonder onmiddellijke impact op hun groei die gedopeerd werd door de rentedaling en kapitaalinstroom. Daardoor kwam er geen prompte correctie. Sterk groeiende schulden deden de gezinsbestedingen uit de pan swingen en op sommige plaatsen gingen de prijzen van huizen onrealistisch sterk naar omhoog. Al die evenwichtsverstoringen bleven te lang aanslepen zonder dat er structureel werd ingegrepen.

Smets en Quaden
Jan Smets als commissaris-generaal voor de euro naast de toenmalige gouverneur Guy Quaden in de tijd van de "changeover" naar de euro (c) Nationale Bank van België

We weten wat nadien gebeurd is: na de financiële crisis werden de markten heel ongerust over de risico’s van buitensporige schulden, zeker in combinatie met onvoldoende groei bij gebrek aan hervormingen. Dit leidde tot een zware schuldencrisis die de integriteit van de euro ernstig bedreigde. Een crisis die uiteindelijk werd overwonnen, dankzij de inspanningen van de Europese Unie (EU), de lidstaten, de bijstand van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), maar zeker ook de alerte reactie van de ECB, de - misschien enige? – echt federale Europese instelling die ervoor zorgde dat de bijstand aan banken en de impact van haar monetair beleid over het hele eurogebied gevrijwaard bleven.

Smets boekpresentatie

Zijn we vandaag beter gewapend tegen zo’n crisis? Zeker wel. De begrotingsregels werden aangescherpt – ook al zijn ze nu vanwege de pandemie tijdelijk en terecht in de ijskast gezet. Andere evenwichtsverstoringen worden scherper in de gaten gehouden. Er is internationaal trouwens veel meer aandacht voor risico’s die de financiële stabiliteit bedreigen. In het eurogebied is er een bankenunie gekomen, waardoor het toezicht op de banken op Europese schaal werd getild. En last but not least, heeft de Europese Unie naar aanleiding van de pandemie een herstelfonds van 750 miljard euro opgericht – het zogenaamde Next Generation EU – om hervormingen in de lidstaten te ondersteunen. Dit is een stap waarvan het belang niet kan worden overschat: voor het eerst leent de EU zelf om middelen door te sluizen, via leningen maar ook via subsidies, naar de lidstaten – en proportioneel meer naar de zwaarst getroffen landen. Het herstelfonds kan dan ook worden gezien als de eerste component van een centrale Europese budgettaire “capaciteit”, die hervormingen ondersteunt maar ook solidariteit genereert.

Het herstelfonds kan worden gezien als de eerste component van een centrale Europese budgettaire “capaciteit”, die hervormingen ondersteunt maar ook solidariteit genereert.

Een écht volwaardig Europees begrotingsbeleid op maat van de monetaire unie, dat coherent is met het eengemaakte monetaire beleid, is er daarmee nog niet. Ook op andere vlakken is het EMU-project nog onvolmaakt. Er is nog geen volledig eengemaakte Europese markt zonder administratieve, reglementaire of fiscale hinderpalen. Er is nog geen kapitaalmarktenunie, die nochtans heel nuttig zou kunnen zijn om de financiering van investeringen minder afhankelijk te maken van banken en de risico’s meer over het eurogebied te spreiden. En van een politieke unie met democratische legitimiteit is ook nog geen sprake, waardoor de verhouding tussen de lidstaten en de EU nog steeds te veel een “wij en zij”-verhaal lijkt – terwijl Europa een gedeeld, verbindend en enthousiasmerend project moet zijn.

Europa heeft naar aanleiding van diverse schokken – de schuldencrisis, de pandemie – getoond dat het in staat is oplossingen te vinden. Dat stemt optimistisch. Maar goed besturen is vooruitzien. De pandemie zal ook economisch en budgettair heel wat littekens achterlaten. Dat stelt de weerstand van economieën tegen nieuwe tegenspoed op de proef. Welnu, de EMU heeft nog steeds niet alle kenmerken van een volwaardige monetaire unie die tegen schokken bestand is. Een unie die de risico’s beperkt door een verantwoordelijk beleid en risico’s deelt door solidariteit.

Oudejaar 20 jaar geleden was historisch. Maar het zal in de toekomst alleen als het startsein voor een mooie geschiedenis worden gezien als de onvoltooide symfonie van de euro wordt afgewerkt.

Deel dit artikel

Blijf op de hoogte

Ontvang regelmatig alle nieuwe blogartikelen direct in je inbox.