Algemeen

Nationale rekeningen

In België worden de nationale rekeningen, net als in alle landen van de EU, opgesteld volgens de definities van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (ESR). Sinds september 2014 is het ESR 2010 het rekeningenstelsel, in opvolging van het vorige, het ESR 1995. Het ESR 2010 is een update van het ESR 1995, waar het de grondslagen en algemene principes van overneemt. Niettemin konden met het ESR 2010 een aantal wijzigingen worden doorgevoerd om het beter te laten overeenstemmen met de nieuwe economische omgeving en om beter in te spelen op de veranderingen die de economieën de afgelopen twintig jaar hebben ondergaan.

Voor de opstelling van de nationale rekeningen in België wordt een groot aantal informatiebronnen aangeboord, zowel administratieve gegevens als enquêtes, teneinde een draagvlak voor coherente en exhaustieve statistische informatie te vormen. Bovendien worden de nationale rekeningen ook opgesteld op basis van een bedrijfsregister met een exhaustief karakter.

  • De kwartaalrekeningen worden gepubliceerd in verschillende fasen. Een eerste flashraming van de economische groei wordt 30 dagen na het einde van het kwartaal gemaakt. Dit cijfer wordt herzien 60 dagen na het einde van het kwartaal en verspreid via de website van de Bank, samen met gedetailleerde statistieken over de samenstelling van het bruto binnenlands product (toegevoegde waarde, bestedingen, inkomens) en over de arbeidsmarkt. 120 dagen na het einde van het kwartaal wordt de definitieve en volledige raming van de voornaamste aggregaten van de economie gepubliceerd. Een selectie van statistieken m.b.t. de kwartaalrekeningen van de institutionele sectoren wordt ongeveer 105 dagen na het einde van het kwartaal gepubliceerd. Deze publicatie bevat met name een aantal sleutelindicatoren zoals de spaarquote van de huishoudens, alsook de kwartaalrekeningen van de overheid.
  • Een eerste raming van de nationale rekeningen, grotendeels opgesteld op basis van de kwartaalrekeningen, verschijnt in april van het jaar dat volgt op het referentiejaar.
  • Definitievere cijfers worden opgenomen in de gedetailleerde rekeningen en de tabellen die half oktober volgend op het referentiejaar worden uitgebracht. Deze rekeningen bevatten de tabellen per bedrijfstak (productierekening en exploitatierekening, voornaamste bestedingscomponenten, investeringen en werkgelegenheid), evenals de rekeningen van de verschillende institutionele sectoren. Nadien volgen de kapitaalvoorraad en de gedetailleerde aanbod en gebruikstabellen.
  • Jaarlijks verschijnen twee ramingen van de jaarrekeningen van de overheid. Een eerste raming wordt half april gepubliceerd in de vorm van tabellen van de voornaamste ontvangsten en uitgaven van de overheid. De tweede raming, verspreid in de herfst, presenteert de gedetailleerde volledige rekeningen die worden opgenomen in de publicatie van de sectorrekeningen. Deze twee ramingen liggen volledig in de lijn van de gegevens die worden verstrekt in het kader van de procedure bij buitensporige tekorten.
  • De satellietrekening van de instellingen zonder winstoogmerk is eveneens een statistiek die wordt gepubliceerd in het algemene kader van de nationale rekeningen. De satellietrekening van de instellingen zonder winstoogmerk behoort niet tot de Europese statistische verplichtingen. Ze voldoet evenwel aan de internationale standaarden die ter zake zijn uitgevaardigd.

Regionale rekeningen

  • De regionale rekeningen worden op het einde van het jaar gepubliceerd en bevatten, enerzijds, de aggregaten per bedrijfstak en, anderzijds, de inkomensrekeningen van de huishoudens voor de gewesten, de provincies en de arrondissementen. De aggregaten per bedrijfstak omvatten de bruto toegevoegde waarde, de beloning van werknemers, het aantal werkzame personen en de bruto investeringen in vaste activa. De inkomensrekeningen van de huishoudens behelzen de rekening voor bestemming van primaire inkomens, de secundaire inkomensverdelingsrekening en het beschikbaar inkomen per inwoner.
  • De regionale verdeling van de Belgische in en uitvoer van goederen en diensten is beschikbaar vanaf 1995 en kwam tot stand via een samenwerking tussen de NBB en de drie Gewesten. Ze maakt geen deel uit van de Europese statistische verplichtingen, maar gebeurt wel op basis van de op Europees niveau vastgelegde methodologische principes die gehanteerd worden bij de overige variabelen per bedrijfstak.