Methodologie

Rentetarieven

Geldmarkttarieven

Het segment van de geldmarkttarieven heeft, net als dat van het monetaire beleid, betrekking op de tarieven van de instrumenten op korte en zeer korte termijn. Traditioneel behoren daartoe de tarieven op minder dan een jaar voor liquide instrumenten die gedekt zijn door aanzienlijke juridische garanties. De gegevens in dit domein worden onderverdeeld in vier groepen:

  1. de voornaamste rentevoeten van het monetaire beleid:
    dit zijn de tarieven die de Europese Centrale Bank (ECB) meedeelt betreffende de herfinancieringstransacties op twee weken en drie maanden, alsook de rente op de marginale beleningsfaciliteit en die op de depositofaciliteit.
  2. de rentetarieven op de interbankenmarkt, EONIA en EURIBOR:
    de interbankenmarkt beschikt over twee soorten rentetarieven die worden berekend aan de hand van de aangiften van een panel van over de eurozone verspreide banken, met inachtneming van een quotum per land en op voorwaarde dat de deelnemers actief zijn op de markt van de euro en in staat zijn aanzienlijke volumes op de eurotarieven gebaseerde financiële instrumenten te verhandelen.
    EURIBOR (Euro Inter Bank Offered Rate): om 11 uur (Brusselse tijd) berekend niet-gewogen gemiddelde van de aangeboden tarieven ("prime rate").
    EONIA (Euro OverNight Index Average): door de ECB berekend gewogen gemiddelde van de daggeldtarieven op de ongedekte leningen.
  3. de referentietarieven voor schatkistcertificaten van de Belgische Staat op de secundaire markt:
    vormen het rekenkundige gemiddelde van de aankoop- en verkooprenten van de voornaamste primary dealers en maken het mogelijk de tarieven van de «noodzakelijke» markthouders te volgen.
  4. rentetarieven van de eurovaluta’s:
    deze tarieven hebben betrekking op de markt van de deposito’s tussen de financiële instellingen buiten de nationale markt van de betrokken valuta’s. Tot 1990 ging het om het gemiddelde van de bied- en laattarieven, vanaf 1991 om de biedtarieven verkregen via een enquête bij de voornaamste martkpartijen.

Kapitaalmarkttarieven

De kapitaalmarkt bestaat uit instrumenten op lange termijn die zowel een vordering als een bezit kunnen vertegenwoordigen. De in dit domein weergegeven rentetarieven van representatieve schuldbewijzen zijn die van de secundaire obligatiemarkt van de overheidsleningen, alsook de op basis van die effecten berekende rendementen.

  • De leningen zijn overheidsemissies in euro voor meer dan een jaar waarover een Koninklijk Besluit is verschenen in het Belgisch Staatsblad. Het gaat derhalve om uiteenlopende effecten onder Staatswaarborg, zoals klassieke leningen (voor particulieren en institutionele beleggers), leningen die enkel bestemd zijn voor particulieren (zoals de Staatsbons) en leningen voor institutionele beleggers (zoals de OLO’s). In de stalen zijn geen leningen opgenomen waarvan het uitstaand bedrag lager is dan een zeker bedrag, noch leningen waaraan speciale voorwaarden zijn verbonden.
    Wat de lineaire obligaties (OLO’s) betreft, die een groot en homogeen geheel vormen (gedematerialiseerd effect, assimileerbare obligatie, systeem van aanbestedingen per tranche, enz.), gaat het enerzijds om de gemiddelde rendementen van de OLO’s met een resterende looptijd van 1 tot 12 jaar en meer en, anderzijds, om de rendementen die gebaseerd zijn op een vaste resterende looptijd (theoretische looptijd van 1 tot 30 jaar), met andere woorden op een interpolatie in de rendementscurve (op de vervaldag, berekend aan de hand van bepaalde instrumenten, zoals OLO’s en schatkistcertificaten op 12 maanden).
  • Rendementen op de nationale secundaire kapitaalmarkten:
    Hier beschikt men over de "benchmark"-leningen voor een aantal landen, met andere woorden het rendement van een overheidseffect dat door de monetaire autoriteiten wordt gekozen als referentie voor een resterende looptijd van 10 jaar. Daarnaast worden de rendementen weergegeven die door de nationale centrale banken worden berekend voor leningen die de rol van "benchmark" vervulden en die conform waren aan de nationale definities van "lange termijn", zijnde looptijden van 5 jaar en meer tot 10 jaar.
  • markt van de euro-obligaties: de rendementen op de secundaire markten zijn opgenomen in de "Officiële notering van Luxemburg" waar ze worden berekend voor looptijden op korte (minder dan 3 jaar), middellange (van 3 tot 7 jaar) en lange termijn (van 7 tot minder dan 15 jaar).

Tarieven jegens de cliënteel

Debet- en creditrentetarieven van de genormaliseerde Europese enquête (MIR):
Het verloop van de rentetarieven is een belangrijke informatiebron voor het monetaire beleid van het Eurosysteem. Teneinde de bevraging over de door de monetaire financiële instellingen toegepaste tarieven te harmoniseren, heeft de ECB beslist de definities, de berekeningswijzen, de meetperiodes en de door de nationale centrale banken toegepaste procedures voor de selectie van de monetaire financiële instellingen te normaliseren. Die harmonisatie wordt beschreven in de Verordening ECB/2001/18 van 20 december 2001.

Lees meer op de website van de MIR

Observatorium voor krediet aan vennootschappen

De voorgestelde gegevens in het observatorium hebben voornamelijk betrekking op de uitstaande kredietbedragen aan ondernemingen, de rentetarieven toegepast door de kredietinstellingen en de vraag- en aanbodontwikkelingen op de kredietmarkten.

De gegevens over de debetrentetarieven zijn ontleend aan een binnen het eurogebied geharmoniseerde enquête onder kredietinstellingen. De weergegeven rentetarieven sluiten aan bij de marktomstandigheden, daar het de effectieve tarieven betreft die de kredietinstellingen hebben toegepast op alle nieuwe kredietcontracten tijdens de referentiemaand.

Lees meer op de website van het observatorium