Rapportering vanaf 1 januari 2022

Algemeen

Op 1 december 2020 publiceerde de Raad van Bestuur van de ECB de Verordening (EU) 2020/2011 (of ECB/2020/59) als wijziging van Verordening (EU) nr. 1409/2013 (ECB/2013/43). Deze verordening wordt toegepast met ingang van 1 januari 2022. De statistische gegevens zullen niet langer op jaarbasis, maar op kwartaal- en halfjaarlijkse basis verzameld worden bij alle betalingsdienstaanbieders, met inbegrip van de uitgevers van elektronisch geld en de exploitanten van betalingssystemen. Dit betreft alle transacties waarvan ten minste één tegenpartij geen monetaire en financiële instelling is.

De aangiftebepalingen en de datum waarop de declaranten hun gegevens moeten rapporteren, wordt bepaald door de Nationale Bank van België. Bovendien bepaalt bijlage IV van de verordening de minimumnormen die van toepassing zijn voor transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen. Dit omvat onder andere het verstrekken van verklaringen voor eventuele breuken in de gegevens ten opzichte van voorgaande periodes.

Deze nieuwe verordening omvat ook gegevens uit andere rapporteringen, zoals de PSD2-frauderapportage. Bijgevolg zullen de gegevens voor de PSD2-frauderapportage vanaf 2022-S1 niet meer apart gerapporteerd moeten worden, maar zullen zij moeten worden opgenomen in de betalingsstatistieken.

Methodologie, technische documenten & support

Europees niveau

Verordening van de Europese Centrale Bank van 1 december 2020 (Verordening (EU) 2020/2011 of ECB/2020/59) 

Nationaal niveau

Op het nationale niveau vindt de collecte van de gegevens in OneGate plaats. De rapporteringsschema’s voor rapporten PST-3 en PST-3_DER en het protocol om XML-bestanden te ontwikkelen zijn beschikbaar in de sectie ‘Documentatie’ op de website OneGate. Gegevens kunnen gerapporteerd worden via CSV- of XML-bestanden.

De trimestriële gegevens moeten worden gerapporteerd uiterlijk op de laatste werkdag van de maand volgend op het te rapporteren kwartaal. De halfjaarlijkse gegevens moeten worden gerapporteerd uiterlijk op de laatste werkdag van de derde maand volgend op het te rapporteren semester.

Instructievideo’s en veelgestelde vragenlijst

Gedeeltelijke vrijstellingen

Artikel 4 van de nieuwe verordening (Verordening (EU) 2020/2011 of ECB/2020/59) stelt dat de Nationale Bank van België vrijstellingen kan verlenen aan informatieplichtigen. Indien een informatieplichtige een vrijstelling krijgt van de Nationale Bank van België dan is deze niet volledig vrijgesteld van rapportering, maar krijgt deze een gedeeltelijke vrijstelling. Dit houdt in dat de statistische gegevens in de tabellen 4b en 5b van de verordening gerapporteerd dienen te worden. Deze tabellen zijn een vereenvoudigde versie van de tabellen 4a en 5a (de uitsplitsing naar betalingsschema is niet vereist). De gedeeltelijke vrijstellingen zijn geldig voor één jaar en worden jaarlijks in juni herberekend op basis van de globale cijfers van het voorgaande jaar. Tabel 1 van de verordening is niet verplicht om te rapporteren, maar bevat wel gegevens die volgens artikel 4, lid 3, vereist zijn om een vrijstelling te verlenen. Om een nieuwe vrijstelling te kunnen verkrijgen, is het dus noodzakelijk om ook tabel 1 te rapporteren.

De instellingen die een vrijstelling verkregen hebben, dienen het rapport PST-3_DER in te vullen in OneGate. Dit is een vereenvoudigd rapporteringsschema aangezien er geen uitsplitsing naar betalingsschema vereist is.

Instellingen die onlangs een vergunning hebben verkregen van de Nationale Bank van België en nog geen betalingsstatistieken hebben gerapporteerd, kunnen een gedeeltelijke vrijstelling bekomen. Het aanvraagformulier moet worden opgestuurd uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op de te rapporteren periode naar payments.statistics@nbb.be. De Nationale Bank van België heeft vervolgens drie weken (vanaf de ontvangst van het aanvraagformulier) om haar beslissing te communiceren.

De instellingen die een vrijstelling voor 2022 verkregen hebben, werden opgenomen in deze lijst.