Uitgifte van biljetten en munten

Bankbiljetten zijn het bekendste product van een centrale bank. De Nationale Bank drukt ze sinds 1851. Net als de andere leden van het Eurosysteem zorgt ze voor de uitgifte van de biljetten en de door de Koninklijke Munt geslagen munten. De uitgifte wordt afgestemd op de vraag van de banken, die de schakel vormen tussen de opvragingen en de deposito's van het publiek.

Uitgifte van munten en biljetten

Hoe worden biljetten en munten in omloop gebracht?

Biljetten worden opgevraagd via de loketten of de geldautomaten van de banken. Om te voldoen aan de vraag van hun cliënten, bevoorraden die zich bij de Nationale Bank. De rekening die ze bij haar aanhouden wordt gedebiteerd of, wanneer ze biljetten deponeren, gecrediteerd.  

De Nationale Bank heeft geen vat op het volume van de omloop van biljetten en munten. Dat  is afhankelijk van de economische conjunctuur, de voorkeur van het publiek voor bepaalde betaalmiddelen of seizoensschommelingen in de bestedingen van de gezinnen.

Hoe wordt de geldomloop gecontroleerd?

Elk biljet keert gemiddeld 1 tot 3 keer per jaar terug naar de loketten van de Nationale Bank. Per jaar verwerken die dus ongeveer 900 miljoen biljetten! De biljetten worden iedere keer elektronisch gecontroleerd en, naar gelang van hun toestand, vernietigd of opnieuw in omloop gebracht. Een biljet heeft een levensduur van 2 tot 5 jaar, afhankelijk van de coupure.

Valse biljetten worden opgespoord, geanalyseerd, geïnventariseerd en overgemaakt aan de politie.  Vuile of versleten biljetten worden vernietigd en door nieuwe vervangen. Sterk beschadigde biljetten en oude biljetten in Belgische frank kunnen onder bepaalde voorwaarden worden omgeruild, net als sommige muntstukken.