Juridisch kader

Vandaag gelden voor de Nationale Bank op de eerste plaats het Verdrag betreffende de Europese Unie en het bijbehorende Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de ECB, en vervolgens haar organieke wet en haar eigen statuten, goedgekeurd bij koninklijk besluit. De gemeenrechtelijke bepalingen betreffende de naamloze vennootschappen zijn slechts aanvullend op haar van toepassing.

De wetgever heeft de Nationale Bank dus een eigen statuut verleend en haar ook specifieke beheersorganen en -regels gegeven. Zo worden de gouverneur en de directeurs van de Nationale Bank benoemd door de Koning. Anders dan in andere vennootschappen, berust de bevoegdheid om het jaarverslag over de transacties en rekeningen van de Nationale Bank goed te keuren en de winstverdeling definitief te regelen niet bij de algemene vergadering van aandeelhouders, maar wel bij de Regentenraad, als afspiegeling van de gehele Belgische samenleving (hij bestaat uit personen die representatief zijn voor het sociale en economische leven).