Monetairbeleidsinstrumenten

De prijsstabiliteit handhaven is de hoofddoelstelling van het monetair beleid. Om dat doel te bereiken, hanteert het Eurosysteem monetairbeleidsinstrumenten waarbij de nationale centrale banken een sleutelrol spelen.

In overeenstemming met het principe van een openmarkteconomie met vrije mededinging en een efficiënte toewijzing van middelen, werkt het Eurosysteem voornamelijk via transacties met andere kredietinstellingen van het eurogebied. Het maakt geen gebruik van regelingen zoals deviezencontroles of kredietbeperkingen. De reserveverplichtingen zijn het enige regelgevend instrument. De reserves zijn rentedragend, dat wil zeggen dat er een  rente bestaat op de basisherfinancieringstransacties voor de reserveverplichtingen en een rente op de depositofaciliteit voor overtollige reserves)[1].

Het Eurosysteem beheert op grond van zijn emissieprivilege de liquiditeitssituatie in de geldmarkt en beïnvloedt de geldmarktrente.  

In het algemeen verstrekt het Eurosysteem een bedrag aan liquiditeit dat de kredietinstellingen van het eurogebied in staat stelt aan hun liquiditeitsbehoeften te voldoen. Het Eurosysteem verleent die geldsom tegen een tarief dat in overeenstemming is met zijn aangegeven beleidsintenties, zoals weerspiegeld in de door de ECB vastgestelde beleidsrente.

Het Eurosysteem gebruikt drie categorieën van instrumenten:

1. openmarkttransacties;

2. permanente faciliteiten;

3. verplichte minimumreserves

Bovendien gebruikt de ECB sinds 2009 nieuwe monetairbeleidsinstrumenten, waaronder programma’s voor de aankoop van activa en forward guidance, ter aanvulling van de reguliere transacties van het Eurosysteem.

 

[1] Vanaf eind oktober 2019 werd een tweeledig systeem voor de vergoeding van reserves (two-tier system) ingevoerd,. Daarbij wordteen deel van de overtollige reserves die de banken van het eurogebied bij het Eurosysteem aanhouden, vrijgesteld van de negatieve rente op de depositofaciliteit en tegen 0% vergoed.