Waakzaamheidsverplichtingen en naleving van andere wetgevingen

De NBB dringt erop aan dat de financiële instellingen, in het kader van de uitvoering van hun organisatorische en operationele verplichtingen inzake SWG/FT, rekening houden met de impact van met name de hieronder vermelde wetgevingen.

1. Bestrijding van discriminatie

De financiële instellingen wordt verzocht rekening te houden met de gevolgen van de wetgeving over de bestrijding van discriminatie (zie https://www.unia.be/nl/wetgeving-aanbevelingen/wetgeving).

De NBB dringt er in het bijzonder op aan dat het cliëntacceptatiebeleid moet worden uitgestippeld in overeenstemming met de bepalingen van de antidiscriminatiewetgeving.

2. Bescherming van persoonsgegevens

De financiële instellingen wordt verzocht rekening te houden met de gevolgen van de wetgeving over de bescherming van persoonsgegevens: zie https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/wetgeving-en-normen.

De financiële instellingen moeten ervoor zorgen dat hun cliëntacceptatiebeleid en hun interne procedures verenigbaar zijn met de geldende bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (gewoonlijk de ‘Algemene Verordening Gegevensbescherming’ of ‘AVG’ genoemd - in het Engels: ‘General Data Protection Regulation’ of ‘GDPR’). Ze moeten daarbij evenwel rekening houden met de bijzondere bepalingen die daarover zijn opgenomen in de artikelen 64 en 65 van de antiwitwaswet.

Voor de toepassing van de algemene regels over gegevensbescherming wordt verwezen naar de aanbevelingen ter zake van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Voor de toepassing van die regels in de specifieke context van SWG/FT wordt verwezen naar het advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van 24 mei 2017 over het voorontwerp van antiwitwaswet, dat deel uitmaakt van de voorbereidende werkzaamheden van die wet (zie:    https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/sites/privacycommission/files/documents/advies_24_2017.pdf).

De uitvoering van de antiwitwaswet impliceert de verwerking van persoonsgegevens. Het gaat om de verwerkingen die nodig zijn opdat de financiële instellingen hun wettelijke verplichtingen inzake SWG/FT kunnen vervullen, evenals om de verwerkingen die worden uitgevoerd op grond van de Europese verordening betreffende geldovermakingen en van de nationale en internationale financiële sanctiemaatregelen.

Deze verwerkingen zijn er met name op gericht om tijdens de volledige duur van de zakelijke relatie een toezicht te kunnen uitoefenen dat is aangepast aan de WG/FT-risico’s, bij te dragen tot het toezicht op, de opsporing en het onderzoek van de verrichtingen van cliënten waarmee bedragen zijn gemoeid die afkomstig kunnen zijn van een criminele activiteit die onder het begrip witwassen van geld valt of die zouden kunnen bijdragen tot financiering van terrorisme, of tegoeden en economische middelen op te sporen waarvoor een bevriezings- of sanctiemaatregel geldt.

De verwerkte gegevens hebben met name betrekking op de identificatie en verificatie van de identiteit van de cliënt en, in voorkomend geval, van zijn lasthebbers en uiteindelijke begunstigden, op de werking van de rekening, op de financiële verrichtingen of op de onderschreven producten. Ze omvatten ook alle informatie bedoeld in artikel 34, § 1 van de antiwitwaswet, die nodig is voor de tenuitvoerlegging van het cliëntacceptatiebeleid, voor de uitvoering van de verplichting tot doorlopende waakzaamheid ten aanzien van de zakelijke relaties en de verrichtingen, en voor de specifieke verplichting tot verhoogde waakzaamheid.

De specifieke voorwaarden waaraan de verwerking van die gegevens moet voldoen, worden vermeld in artikel 64 van de antiwitwaswet. De aandacht wordt er met name op gevestigd dat die gegevens alleen mogen worden verwerkt voor de specifieke doeleinden waarvoor ze worden verzameld en in geen geval mogen worden gebruikt voor commerciële doeleinden.

De rechten van de personen waarvan de persoonsgegevens worden bewaard en verwerkt met het oog op het voorkomen van WG/FT, zijn specifiek vermeld in artikel 65 van de antiwitwaswet. In dit geval wordt afgeweken van de algemene regels omdat de deelname van de financiële instellingen aan SWG/FT een opdracht van algemeen belang is.

3. Basisbankdiensten

De financiële instellingen wordt verzocht rekening te houden met de impact van de wetgeving over de basisbankdiensten. Hun cliëntacceptatiebeleid en hun interne procedures moeten het mogelijk maken om die wetgeving na te leven. In dit verband wordt verwezen naar Boek VII, Titel 3, Hoofdstuk 8 van het Wetboek van economisch recht.

4. Toegang van de betalingsinstellingen tot de betaalrekeningdiensten van de kredietinstellingen

De kredietinstellingen moeten ervoor zorgen dat hun cliëntacceptatiebeleid en hun interne procedures verenigbaar zijn met artikel VII 55/12 van het Wetboek van economisch recht, dat aan de betalingsinstellingen een objectieve, niet-discriminerende en evenredige toegang verleent tot de betaalrekeningdiensten van de kredietinstellingen.