Beloningsbeleid

Regelgevend kader

Het beloningsbeleid moet ertoe strekken dat de persoonlijke doelstellingen van de medewerkers en de langetermijnbelangen van de kredietinstelling op elkaar worden afgestemd. Daartoe dient de kredietinstelling een beloningsbeleid en beloningscultuur vast te stellen en in stand te houden die bijdragen aan een doeltreffende risicobeheersing.

Identified Staff

Kredietinstellingen moeten de medewerkers selecteren op wie de specifieke vereisten inzake beloning van toepassing zijn (“Identified Staff”). Het gaat hierbij met name om de categorieën van personeelsleden wier beroepsactiviteiten een significante invloed hebben op het risicoprofiel van de kredietinstelling.

Dit selectieproces dient te gebeuren aan de hand van de criteria opgenomen in technische reguleringsnormen aangenomen door de Europese Commissie (Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 604/2014). Op grond van considerans (4) en de aanhef van artikel 2 van deze Verordening moeten de kredietinstellingen daarnaast ook nog rekening houden met de resultaten van hun eigen risicobeoordelingen opdat álle medewerkers wier beroepswerkzaamheden het risicoprofiel van de instelling materieel beïnvloeden wel degelijk geselecteerd worden. Verder dienen op grond van artikel 9, §2 van het reglement van 1 april 2014 in ieder geval alle personeelsleden die risicovolle transacties mogen verrichten en die tewerkgesteld zijn in handelsafdelingen beschouwd te worden als Identified Staff.

Overeenkomstig considerans (14) van voormelde Verordening dient het selectieproces afdoende gedocumenteerd te worden, ook met betrekking tot de medewerkers die louter op basis van hun beloning geselecteerd werden, doch finaal niet weerhouden werden omdat hun beroepswerkzaamheden niet geacht werden het risicoprofiel van de instelling materieel te beïnvloeden (zie Besluit (EU) 2015/2218 van de ECB voor de procedurele aspecten in dit verband).

De NBB eist dat minimum 1% van het totaal aantal medewerkers worden geselecteerd als Identified Staff.

EBA Guidelines

Art. 75.2 CRD IV schrijft voor dat de EBA richtsnoeren dient uit te vaardigen betreffende een degelijk beloningsbeleid dat voldoet aan de in artikel 92 tot en met 95 CRD IV vervatte beginselen. Deze richtsnoeren werden gepubliceerd op 27 juni 2016. De NBB zal zich bij haar concrete toezicht op het beloningsbeleid en de beloningspraktijken van kredietinstellingen laten leiden door deze richtsnoeren. De kredietinstellingen dienen daarom, als aanvulling op de wettelijke bepalingen omtrent behoorlijk beloningsbeleid, deze richtsnoeren toe te passen en na te leven. Dit wordt in circulaire NBB_2016_44 toegelicht.

Financiële instrumenten

De NBB verwacht dat de kredietinstellingen nagaan op welke manier ze invulling kunnen geven aan de vereiste, opgenomen in artikel 6 van bijlage II bij de bankwet, dat minstens 50 % van de variabele beloning bestaat uit een passend evenwicht tussen aandelen of vergelijkbare instrumenten enerzijds, en, indien mogelijk, de in de wet vermelde andere kapitaalinstrumenten anderzijds. Wat de andere kapitaalinstrumenten betreft dienen de kredietinstellingen de voorwaarden te respecteren opgenomen in technische reguleringsnormen aangenomen door de Europese Commissie (Gedelegeerde Verordening (EU) Nr. 527/2014).

Gegevensinzameling

Overeenkomstig artikel 450 van Verordening nr. 575/2013 dienen de instellingen bepaalde kwantitatieve informatie in verband met het beloningsbeleid en de beloningspraktijken van de instelling openbaar te maken. De NBB gebruikt de verzamelde informatie voor het benchmarken van ontwikkelingen en praktijken op beloningsgebied. Instellingen, die daartoe door de NBB geselecteerd worden, dienen jaarlijks te rapporteren op grond van circulaire NBB_2014_09 van 1 september 2014.

Daarnaast dienen instellingen op grond van artikel 20 van bijlage II bij de bankwet aan de NBB informatie te verstrekken over het aantal personen in de instelling die een beloning genieten van minstens 1 miljoen euro per boekjaar, in beloningstranches van 1 miljoen euro, met inbegrip van hun taakomschrijving, de betrokken bedrijfssector en de voornaamste elementen van beloning, met inbegrip van premies, vergoedingen op lange termijn en pensioenbijdragen. De rapporteringsmodaliteiten worden toegelicht in circulaire NBB_2014_08 van 1 september 2014.