2. Wie moet het bestaan van een of meerdere rekening(en) in het buitenland aan het CAP meedelen?

Iedere natuurlijke persoon die het bestaan van minstens één rekening in het buitenland moet of moest aangeven in rubriek XIV.A van het deel 1 van de aangifte in de personenbelasting (aangifte PB).

Concreet gezien gaat het om:

  • iedere natuurlijke persoon die houder of medehouder is van één of meerdere in het buitenland geopende rekeningen. In geval van een gemeenschappelijke aanslag moet iedere echtgenoot of wettelijk samenwonende de gegevens van voormelde buitenlandse rekening(en) waarvan hij of zij zelf houder of medehouder is (geweest), afzonderlijk aan het CAP meedelen,
  • de ouder van (minstens) één kind dat houder of medehouder is van één of meerdere in het buitenland geopende rekeningen, wanneer de inkomsten van dat kind tijdens het belastbaar tijdperk bij die van de ouders zijn gevoegd overeenkomstig artikel 126, § 4, WIB 92. Iedere ouder moet in dat geval niet alleen de gegevens m.b.t. zijn eigen buitenlandse rekeningen doch ook die aangaande de buitenlandse rekening(en) van voormelde kinderen afzonderlijk aan het CAP meedelen.

De buitenlandse rekening waarvan meerdere in België aan de PB onderworpen natuurlijke personen medehouder zijn, moet dus door iedere medehouder afzonderlijk worden meegedeeld aan het CAP, vermits ieder van hen het bestaan van deze rekening in zijn aangifte PB moet vermelden.