Huishoudens sparen een groot stuk van de energiesteun

Huishoudens sparen een groot stuk van de energiesteun

10 november 2022
Energie
De overheid heeft maatregelen genomen om gezinnen te ondersteunen tegen de hoge energiefactuur, zoals de btw-verlaging en de uitbreiding van sociale tarieven. Uit ons onderzoek blijkt dat de btw-maatregel weinig helpt om de gezinsconsumptie te ondersteunen omdat gezinnen het merendeel ervan opsparen. Sociale tarieven zijn echter wel effectief.

De explosieve groei van energieprijzen heeft de overheid ertoe aangezet om steunmaatregelen te verlenen aan gezinnen. Om de impact van die maatregelen te kennen, gingen we na hoe gezinnen reageren op een toename van de energiefactuur en op compensatiemaatregelen om de factuur te milderen.

Ons onderzoek ging deze effecten na via de consumentenenquête van de Nationale Bank van België. Tijdens de maanden mei, juni en juli voegden we aan deze bevraging enkele vragen toe. We peilden eerst naar de maandelijkse energiefactuur van het gezin. Vervolgens vroegen we om aan te nemen dat een prijswijziging deze factuur bij constant verbruik deed veranderen met een bepaald bedrag. Dat bedrag lieten we willekeurig variëren tussen de gezinnen als een stijging met 20, 50 of 100 euro, of een daling met 50 euro. Daarna vroegen we hoe het gezin het energieverbruik, overige consumptie en sparen aanpaste als gevolg van de prijswijziging. Tot slot gingen we na of er een verband bestond tussen deze reacties en de karakteristieken van het gezin, zoals leeftijd en netto-inkomen.

Prijsdalingen spekken de spaarrekeningen

Een van de parameters die we gemeten hebben, is de zogenoemde marginale consumptiequote na het betalen van de energiefactuur. Deze parameter meet hoe een toe- of afname van het beschikbaar inkomen zich vertaalt in een toe- of afname van de consumptie. Een parameter van 80 %, bijvoorbeeld, betekent dat een gezin 80 euro meer zou consumeren en 20 euro meer zou sparen als zijn beschikbaar inkomen met 100 euro toeneemt.

Figuur 1 toont de marginale consumptiequote voor de vier scenario’s bij een verandering in het factuurbedrag. Bij prijsstijgingen vangen gezinnen de daling in het beschikbaar inkomen op door voor ongeveer 60 % van de daling minder andere uitgaven te doen en voor 40 % minder te sparen. Voor grotere prijsstijgingen wordt de schok iets minder opgevangen via consumptie en iets meer via het sparen.

Wanneer de energiefactuur echter goedkoper wordt door een prijsdaling, wat bijvoorbeeld het geval is bij een btw-verlaging, dan is de consumptiequote veel kleiner: een toename van het beschikbaar inkomen met 100 euro leidt dan tot slechts 40 euro extra consumptie. De private consumptie reageert dus sterker op een stijging van de energiefactuur dan op een daling.

Figuur 1

Een aantal gezinskarakteristieken blijken verbonden te zijn met de marginale consumptiequote. Dat is vooral zo wanneer een prijsstijging het beschikbaar inkomen doet dalen. We vinden dan dat de consumptie sterker daalt bij gezinnen met een laag inkomen, weinig spaarbuffers en meer onzekerheid over hun toekomstige financiën. Verder daalt de consumptie sterker wanneer het gezinshoofd een vrouw is maar passen gezinnen hun consumptie minder aan als ze al gepland hadden om het komende jaar meer uit te geven.

In het scenario van een prijsdaling blijkt de toename van de consumptie enkel groter te zijn voor gezinnen met weinig spaarbuffers en bij 65-plussers. Voor die leeftijdscategorie zijn er dan ook minder redenen om te sparen voor toekomstige uitgaven dan bij jongere gezinnen.

Vraagtekens bij effectiviteit van energiesteun

Voor beleidsmakers is het belangrijk om te weten hoe de marginale consumptiequote verschilt tussen de gezinnen. Deze parameter bepaalt namelijk in welke mate energiesteun wordt omgezet in consumptie-uitgaven. Als de overheden erin slagen om energiesteun doelgericht te geven aan gezinnen met een hoge consumptiequote, dan zijn die maatregelen zeer efficiënt om de economische activiteit te ondersteunen. Het omgekeerde geldt voor steunmaatregelen die terechtkomen bij gezinnen met een lage consumptiequote. Dat geld zal voornamelijk gespaard worden.

Als de overheden erin slagen om energiesteun doelgericht te verlenen aan gezinnen met een hoge consumptiequote, dan zijn die maatregelen zeer efficiënt om de economische activiteit te ondersteunen.

Laten we twee gezinsprofielen bekijken. Een financieel kwetsbaar gezin is een gezin met zowel een laag inkomen als een lage spaarbuffer, dat bovendien onzeker is over zijn toekomstige financiële situatie. We contrasteren deze groep met een tweede profiel, de financieel solide gezinnen. Deze gezinnen hebben een hoog inkomen en dito spaarbuffer, en geven aan dat hun toekomstige financiële situatie makkelijk voorspelbaar is. 

Figuur 2 illustreert de marginale consumptiequotes voor deze gezinsprofielen. Het is frappant hoe sterk beide groepen onderling verschillen qua niveau. Financieel solide gezinnen hebben een consumptiequote die telkens ongeveer half zo groot is als die van financieel kwetsbare gezinnen. De consumptiequote van financieel solide gezinnen ligt bovendien onder 0,5, wat betekent dat zij verschuivingen in het beschikbaar inkomen (door een schok in de energieprijs) vooral opvangen via hun spaargedrag. Financieel kwetsbare gezinnen doen dat eerder via hun consumptie-uitgaven.

figuur 2
Figuur 2

Deze bevindingen betekenen dat de steunmaatregelen van de regering verschillende gevolgen hebben. We beginnen met de btw-verlaging van 21 % naar 6 % op gas en elektriciteit voor alle gezinnen. Een gemiddeld gezin zou het gros van de stijging in beschikbaar inkomen sparen, aangezien de consumptiequote 40 % bedraagt (zie Figuur 1). Sterker nog, Figuur 2 toont dat financieel solide gezinnen amper 27 % van de toename in beschikbaar inkomen zouden aanwenden voor andere gezinsuitgaven, en de rest zouden sparen. Aangezien die gezinnen het meest gesubsidieerd worden bij een btw-verlaging omdat ze gemiddeld duurdere facturen hebben, levert deze maatregel maar weinig op om de economie te ondersteunen.

Sociale tarieven zijn wel effectief

Het tegendeel is echter waar bij de sociale tarieven. Voor gezinnen die van het sociale tarief kunnen genieten, of de uitbreiding van dit tarief sinds mei 2021, zijn energieprijzen het afgelopen jaar veel minder gestegen dan bij andere gezinnen. Omdat we niet weten welke gezinnen uit de bevraging een sociaal tarief krijgen, veronderstellen we dat financieel kwetsbare gezinsprofielen er aanspraak op maken. Dankzij het sociaal tarief ontlopen de kwetsbare gezinnen een forse prijsstijging. Driekwart (78 %) van dat voordeel spenderen ze aan andere consumptie-uitgaven, en slechts 22 % ervan sparen ze. De sociale tarieven hebben de consumptie van die gezinnen dus wel goed ondersteund.

Voor meer informatie en resultaten uit ons onderzoek verwijzen we naar onze (Engelstalige) onderzoekspaper en naar een bondige Nederlandstalige bespreking in Gentse Economische Inzichten.

Deel dit artikel

Blijf op de hoogte

Ontvang regelmatig alle nieuwe blogartikelen direct in je inbox.