FAQ - Groep van beperkte omvang

1. Berekeningsmethoden

Een eerste methode -'volledige consolidatie' - houdt in dat de beoordeling van de overschrijding van de groottecriteria plaatsvindt op basis van cijfers van de volledige groep en volgens de consolidatiebepalingenvan het KB W. Venn, art. 137,144 en 146.

De beoordeling geldt niet alleen voor de uiteindelijke moedervennootschap maar ook voor alle andere vennootschappen die behoren tot de groep en die zelf ook een moedervennootschap zijn.
Voor het criterium Personeelsbestand wordt het gemiddeld aantal werknemers van alle verbonden vennootschappen opgeteld.

Een volledige consolidatie is administratief zwaar voor vennootschappen die behoren tot een groep van beperkte omvang. Bij de 'vereenvoudigde methode' kan de moedervennootschap voor de beoordeling enkel de totalen van de omzet en de balanstotalen van al de verbonden vennootschappen optellen. De grensbedragen van de omzet en het balanstotaal worden in dat geval vermeerderd met 20%.

Drempelwaarden voor kleine en grote moedervennootschappen

Personeelsbestand 50 FTE
Omzet 10.800.000 euro
Balanstotaal

5.400.000 euro

Meer informatie en voorbeeld: zie CBN-advies 2016/3, pag. 7-8

2. Moet de dochteronderneming naast de enkelvoudige of statutaire jaarrekening ook een geconsolideerde jaarrekening neerleggen?

Nee, een dochtervennootschap - die zelf geen moedervennootschap is - en die op enkelvoudige basis de groottecriteria van een kleine vennootschappen niet overschrijdt, wordt beschouwd als een kleine vennootschap en moet bijgevolg geen geconsolideerde jaarrekening neerleggen.

3. Hoe en wanneer worden de cijfers getoetst? Verschillende afsluitingsdatum bij de consoliderende vennootschappen

De cijfers worden getoetst  op de afsluitingsdatum van de jaarrekening van de consoliderende moedervennootschap op basis van de laatst opgemaakte jaarrekeningen van de te consolideren dochtervennootschappen.

4. Overschrijding (of niet meer overschrijding) van de criteria – consistentiebeginsel

(W. Venn. Art 16,§2)

Wanneer de criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. Dit noemt men het consistentiebeginsel.

5. Het personeelsbestand

(W. Venn. Art 16,§3)

Het gemiddeld personeelsbestand is het gemiddeld aantal werknemers in voltijds equivalenten (FTE) dat is geregistreerd in de DIMONA-databank op het einde van elke maand van het boekjaar.

6. De (jaar)omzet

(W. Venn. Art 16,§3)

De omzet is het bedrag van de verkoop van goederen en de levering van diensten aan derden in het kader van de gewone bedrijfsuitoefening verminderd met de toegestane kortingen (afslag, ristorno, rabat) en de btw en elke andere met de omzet verbonden belasting. (KB van 30 januari 2001 tot uitvoering van het W. Venn, Art. 96)

  • Afwijkende regeling:
    Wanneer de opbrengsten voor meer dan 50 % bestaan opbrengsten die niet aan de bovengenoemde omschrijving voldoen, is de omzet het totaal van debedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten.
    zie CBN-advies 2016/3, pag. 4-5
  • Duur van het boekjaar van meer of minder dan 12 maanden:
    zie CBN-advies 2016/3, pag. 5

De evaluatie gebeurt op geconsolideerde basis als de onderneming met één of meer ondernemingen verbonden is, d.w.z. als zij:

  • één of meer dochters heeft
  • zelf een dochter is
  • deel uitmaakt van een groep van ondernemingen.

In dat geval wordt het criterium 'jaargemiddelde van het personeelsbestand' berekend door de som te maken van het aantal werknemers dat door elk van de betrokken verbonden ondernemingen jaarlijks gemiddeld wordt tewerkgesteld, en worden de criteria 'jaaromzet' en 'balanstotaal' berekend op geconsolideerde basis.