Gevolgen van de niet- of laattijdige neerlegging en tarieftoeslagen

De niet- of laattijdige neerlegging van de jaarrekening kan verschillende gevolgen hebben.

Ondernemingen

Tarieftoeslag

De tarieftoeslag bij laattijdige neerlegging vertegenwoordigt een bijdrage in de kosten die de federale overheid maakt voor de opsporing en opvolging van ondernemingen in financiële moeilijkheden en bedraagt bij neerlegging:

  • vanaf de eerste dag van de negende maand na de afsluiting van het boekjaar:
    • 120 euro voor de kleine vennootschappen die gebruik maken van de mogelijkheid om hun jaarrekening volgens het verkort of micro model openbaar te maken
    • 400 euro voor de andere vennootschappen.
  • vanaf de eerste dag van de tiende maand en tot de twaalfde maand na de afsluiting van het boekjaar:
    • 180 euro voor de eerder vermelde kleine vennootschappen
    • 600 euro voor de andere vennootschappen.
  • vanaf de eerste dag van de dertiende maand na de afsluiting van het boekjaar:
    • 360 euro voor de eerder vermelde kleine vennootschappen
    • 1.200 euro voor de andere vennootschappen.

Deze bijdrage wordt door de Nationale Bank van België samen met de kosten voor de openbaarmaking van de betrokken jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening geïnd, om vervolgens te worden doorgestort aan de Federale Overheidsdienst Financiën.

(bron: W. Venn., art. 101)

Wat moet u doen indien u niet akkoord gaat met de toegepaste tarieftoeslag?

Ambtshalve doorhaling KBO

De beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) kan overgaan tot de ambtshalve doorhaling van de vennootschappen die voor ten minste drie opeenvolgende boekjaren niet hebben voldaan aan de verplichting tot neerlegging van hun jaarrekeningen. Dezelfde beheersdienst van de KBO gaat over tot de intrekking van de doorhaling na de neerlegging bij de Nationale Bank van de niet-neergelegde jaarrekeningen.

De doorhalingen, alsook de intrekking ervan, worden op initiatief van de beheersdienst van de KBO gepubliceerd in de Bijlagen tot het Belgisch Staatsblad.

Meer informatie omtrent de ambtshalve doorhaling vindt u terug op de website van de KBO.

(bron: WER, art. III.42,§1,4°)

Burgerlijke sanctie

De door derden geleden schade wordt, behoudens tegenbewijs, geacht voort te vloeien uit de niet-neerlegging van de jaarrekening binnen de wettelijk gestelde termijn. De bewijslast is bijgevolg omgekeerd: de onderneming moet bewijzen dat de niet- of laattijdige neerlegging van haar jaarrekening de door een derde ingeroepen schade niet heeft veroorzaakt.

(bron: W. Venn., art. 98)

Gerechtelijke ontbinding

Op vraag van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie en behoudens regularisatie van de toestand in de loop van het geding, kan de ondernemingsrechtbank in wier rechtsgebied de vennootschap haar maatschappelijke zetel heeft, de ontbinding van een vennootschap uitspreken als ze haar jaarrekening niet heeft neergelegd. 

(bron: W.Venn., art 182)

Verenigingen en stichtingen

Onontvankelijkheid van gerechtelijke vorderingen

De wet voorziet in de opschorting van iedere vordering ingesteld door een vereniging of stichting in geval zij niet voldaan heeft aan haar openbaarmakingsverplichtingen zoals die met betrekking tot de jaarrekeningen. De vordering zal niet ontvankelijk worden verklaard indien de vereniging of stichting niet voldoet aan haar verplichtingen binnen de door de rechter opgelegde termijn.

Gerechtelijke ontbinding

Op vraag van iedere belanghebbende of van het openbaar ministerie en behoudens regularisatie van de toestand in de loop van het geding, kan de rechtbank van eerste aanleg de ontbinding van een vzw of stichting uitspreken als die vzw of stichting haar jaarrekening niet heeft neergelegd.

(bron: Wet van 27 juni 1921, art. 39)

Geen machtiging voor giften

Met uitzondering van handgiften, is voor elke gift aan een vereniging of stichting, onder levenden of bij testament, en met een waarde van meer dan 100 000 euro, een machtiging door de minister van Justitie of zijn vertegenwoordiger vereist. Deze machtiging zal in geen geval verleend worden indien de vereniging haar jaarrekening niet heeft neergelegd, vanaf haar oprichting of althans de laatste drie boekjaren, of indien de stichting haar jaarrekening niet heeft neergelegd.