Groottecriteria verenigingen en stichtingen

De groottecriteria voor verenigingen en stichtingen delen die in drie groepen: kleine, grote of zeer grote. De grootte bepaalt welk model van de jaarrekening moet worden gebruikt.

Een vereniging of stichting wordt als zeer groot beschouwd indien bij de afsluiting van het boekjaar:

  • haar gemiddeld personeelsbestand (in voltijdse equivalenten) op jaarbasis meer dan 100 bedraagt of
  • zij ten minste twee van de volgende drempels overschrijdt:
    • jaargemiddelde van het personeelsbestand (in voltijdse equivalenten): 50
    • ontvangsten op jaarbasis, andere dan uitzonderlijke ontvangsten (exclusief btw): 7 300 000 euro
    • balanstotaal: 3 650 000 euro.

Een vereniging of stichting die niet zeer groot is, wordt als groot beschouwd indien zij bij de afsluiting van het boekjaar ten minste twee van de volgende drempels bereikt of overschrijdt:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand (in voltijdse equivalenten): 5
  • ontvangsten op jaarbasis, andere dan uitzonderlijke ontvangsten (exclusief btw): 312 500 euro
  • balanstotaal: 1 249 500 euro.

Zeer grote verenigingen en stichtingen moeten het volledig model voor vzw's en stichtingen gebruiken.
Grote verenigingen en stichtingen mogen het verkort model voor vzw's en stichtingen gebruiken.

Alle verenigingen en stichtingen (met inbegrip van de kleine) die gemiddeld 20 personen in voltijds equivalent (VTE) tewerk stellen, moeten een sociale balans invullen. Deze maakt deel uit van de gestandaardiseerde modellen (volledig en verkort) van de jaarrekening voor vzw's en stichtingen.  Voor de verenigingen en stichtingen die een afwijkend schema gebruiken, evenals voor de kleine verenigingen en stichtingen die meer dan 20 personen tewerk stellen, is een model beschikbaar op deze website op het volgende adres: modellen voor de sociale balans.