Belgische verenigingen en stichtingen

De grote en zeer grote verenigingen en stichtingen moeten hun jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank.

Algemeen

De grote en zeer grote verenigingen en stichtingen , dit zijn de verenigingen zonder winstoogmerk (vzw's), de internationale verenigingen zonder winstoogmerk (ivzw's), de private stichtingen en de stichtingen van openbaar nut, moeten hun jaarrekening opmaken volgens respectievelijk het verkort of het volledig model van de jaarrekening voor verenigingen en stichtingen, en moeten deze jaarrekening bij de Nationale Bank neerleggen. De FOD Justitie stelt op zijn website een interessante brochure ter beschikking over het nieuw boekhoudkundig stelsel van de grote en zeer grote verenigingen. Deze brochure is niet zozeer bedoeld voor de accountant, bedrijfsrevisor of boekhouder, maar richt zich eerder op diegenen die deze informatie moeten verstrekken en op de belangengroepen die over verenigingen of stichtingen informatie verwachten.

De kleine verenigingen en stichtingen mogen een vereenvoudigde boekhouding voeren en dienen hun jaarrekening niet neer te leggen bij de Nationale Bank, maar wel bij de griffie van de ondernemingsrechtbank. De FOD Justitie stelt op zijn website ook over het nieuw boekhoudkundig stelsel van de kleine verenigingen een brochure beschikbaar.

FAQ (in behandeling)

  1. Waar moet een kleine vereniging die vrijwillig kiest haar boekhouding te voeren volgens de regels van de grote verenigingen haar jaarrekening neerleggen?
  2. Worden de groottecriteria enkel op de datum van de afsluiting van het boekjaar berekend?
  3. Eén van de groottecriteria is het bedrag van "de ontvangsten andere dan uitzonderlijke ontvangsten, exclusief btw". Wat wordt daarmee bedoeld?
  4. Moeten, zoals voor de ondernemingen, de groottecriteria op geconsolideerde basis worden berekend?
  5. Moeten, bij het bepalen van de groottecriteria, de personen die betaald worden door een andere instantie (bijvoorbeeld een Federale Overheidsdienst) maar effectief werken voor een vereniging of stichting, ook in aanmerking worden genomen bij de berekening van het aantal voltijdse equivalenten (VTE)?
  6. Wat zijn de verplichtingen voor de grote en zeer grote verenigingen en stichtingen die  onderworpen zijn aan een aparte wetgeving of reglementering?
  7. Welke verenigingen en stichtingen moeten een sociale balans opmaken?
  1. Waar moet een kleine vereniging die vrijwillig kiest haar boekhouding te voeren volgens de regels van de grote verenigingen haar jaarrekening neerleggen?

    De kleine verenigingen die op vrijwillige basis hun boekhouding voeren volgens de regels van de grote verenigingen moeten hun jaarrekening opstellen volgens het model dat geldt voor de grote verenigingen. Zij dienen deze jaarrekening neer te leggen bij de griffie van de ondernemingsrechtbank. Als en enkel als zij dit wensen, mogen zij deze jaarrekening bovendien neerleggen bij de Nationale Bank, mits betaling van de daarvoor geldende neerleggingskosten.

  2. Worden de groottecriteria enkel op de datum van de afsluiting van het  boekjaar berekend?

    Ja, de groottecriteria houden met slechts één boekjaar rekening, dit in tegenstelling tot de regel die van toepassing is voor de ondernemingen.

  3. Eén van de groottecriteria is het bedrag van "de ontvangsten andere dan uitzonderlijke ontvangsten, exclusief btw". Wat wordt daarmee bedoeld?

    Daarmee bedoelt men de ontvangsten die voortvloeien uit de gewone activiteiten van de vereniging of stichting.

    Voor de kleine vereniging of stichting is dit het totaal van de ontvangsten opgenomen in de staat van de ontvangsten en uitgaven volgens het minimaal schema voor de "kleine" vereniging of stichting verminderd met de uitzonderlijke ontvangsten.

    Voor de grote en zeer grote vereniging of stichting is dit de som van de opbrengsten geboekt op de rekeningen 70 tot en met 74 van het rekeningenstelsel.

    Bij een nieuw opgerichte vereniging is het de raad van bestuur die, op basis van de begroting, moet bepalen welk boekhoudstelsel gevolgd moet worden.

  4. Moeten, zoals voor de ondernemingen, de groottecriteria op geconsolideerde basis worden berekend?

    De groottecriteria moeten voor elke vereniging of stichting apart worden berekend.
    Er is een uitzondering voor de buitenlandse vzw's met een centrum van werkzaamheden in België. Voor het berekenen van de groottecriteria worden alle centra met werkzaamheden in België van eenzelfde buitenlandse vzw samen beschouwd als één afzonderlijke vzw.

  5. Moeten, bij het bepalen van de groottecriteria, de personen die betaald worden door een andere instantie (bijvoorbeeld een Federale Overheidsdienst) maar effectief werken voor een vereniging of stichting, ook in aanmerking worden genomen bij de berekening van het aantal voltijdse equivalenten (VTE)?

    Deze personen moeten in aanmerking worden genomen bij de berekening van het aantal voltijdse equivalenten wanneer het arbeidscontract afgesloten is tussen de werknemer en de vereniging of stichting.

    Deze personen moeten niet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het aantal voltijdse equivalenten indien het arbeidscontract afgesloten is tussen de werknemer en een andere instantie (bijvoorbeeld een Federale Overheidsdienst), maar die effectief werkt voor de vereniging of stichting.

  6. Wat zijn de verplichtingen voor de grote en zeer grote verenigingen en stichtingen die onderworpen zijn aan een aparte wetgeving of reglementering?

    De verenigingen en stichtingen die door een bijzondere reglementering of wetgeving onderworpen zijn aan boekhoudkundige verplichtingen, moeten de wetgeving op de verenigingen en stichtingen niet volgen, voor zover hun eigen reglementering of wetgeving op de boekhouding minstens gelijkwaardig is.

    Indien de uit de bijzondere wetgeving volgende jaarrekening als gelijkwaardig wordt beschouwd door de raad van bestuur, dan is het die jaarrekening die bij de Nationale Bank moet worden neergelegd. Deze jaarrekening moet worden voorafgegaan door een specifiek voorblad voor de jaarrekening van verenigingen en stichtingen opgesteld volgens een afwijkend schema. De vereniging of stichting is gehouden op dit specifieke voorblad de wettelijke of reglementaire basis te vermelden die het gebruik van een afwijkend schema verantwoordt.   

    Voor meer details over deze vraag, zie de Aanbevelingen van de CBN inzake de gelijkwaardigheid van boekhoud- en jaarrekeningregels opgelegd door sectorale regelgevingen met de gemeenrechtelijke boekhoud- en jaarrekeningregels voor vzw’s, ivzw's en stichtingen

  7. Welke verenigingen en stichtingen moeten een sociale balans opmaken?

    De sociale balans moet ingevuld worden door elke vereniging en stichting die, op jaarbasis, gemiddeld minstens 20 personeelsleden telt, uitgedrukt in voltijdse equivalenten (VTE). Voor de grote en zeer grote verenigingen en stichtingen maakt de sociale balans deel uit van de bij de Nationale Bank neer te leggen jaarrekening.  

    De verenigingen en stichtingen die groot of zeer groot zijn maar een ander dan het verkort of volledig gestandaardiseerde model van de jaarrekening voor verenigingen en stichtingen gebruiken, moeten daarin een sociale balans opnemen indien het schema dat ze gebruiken er geen bevat.  

    De verenigingen en stichtingen die minder dan 20 VTE tewerkstellen maar toch een jaarrekening bij de Nationale Bank moeten neerleggen mogen, op vrijwillige basis en in de optiek van transparantie, het gedeelte sociale balans van de jaarrekening ook invullen.

    Een kleine vereniging of stichting, die geen jaarrekening moet openbaarmaken bij de Nationale Bank,  maar ten minste 20 VTE tewerkstelt, moet een sociale balans opmaken en bezorgen aan de Balanscentrale die de gegevens als dusdanig niet zal beschikbaar stellen voor derden, maar ze (enkel) zal verwerken in de statistieken die ze publiceert.