Perscommuniqué - Working Paper 252

De verdeling van de schulden in de landen van het Eurogebied: de rol van individuele kenmerken, instituties en kredietvoorwaarden

Deze paper beoordeelt de verschillen tussen de landen van het eurogebied in de verdeling van verscheidene schuldmaatstaven volgens de kenmerken van de gezinnen. De analyse berust op de nieuwe Household Finance and Consumption Survey (HFCS), een geharmoniseerde enquête die informatie bevat over de demografie, de schulden, het vermogen en het inkomen van huishoudens in de verschillende landen van het eurogebied.

De gegevens brengen opvallende verschillen aan het licht inzake het voorkomen, het uitstaand bedrag en de kosten van door vergelijkbare gezinnen aangehouden schulden in de verschillende landen van het eurogebied. Het inkomen en opleidingsniveau van de gezinsleden blijken belangrijke demografische factoren te zijn voor de verklaring van de schuldverdeling binnen de landen. Tegen die achtergrond vertoont de aangehouden gewaarborgde (hypothecaire) schuld over de leeftijdsgroepen een bultvormig profiel. De neiging om te lenen is meer bepaald het grootst in de leeftijdsgroep tussen 35 en 44 jaar, vóór het inkomensverloop een piek bereikt, wat betekent dat gewaarborgde schuld een rol kan spelen in het afvlakken van de consumptie van huishoudens. Niettemin worden er aanzienlijke verschillen tussen de landen opgetekend wat betreft leeftijd, inkomen en opleiding van de kredietnemers.

Voorts bestudeert deze paper de rol van wettelijke en economische instituties in de verklaring van de uiteenlopende invloed van de gezinskenmerken op de schuldpatronen in de verschillende landen, voornamelijk de rol van de juridische afdwingbaarheid van contracten, de fiscale behandeling van hypotheekaflossingen, reglementaire leningsquotiteiten en de mate van beschikbare informatie over debiteuren en kredietvoorwaarden. De rol van elke van deze instituties is in theoretische modellen benadrukt door de resultaten van de verdeling van de schulden in te delen volgens leeftijds- of inkomensgroepen. Hieruit is gebleken dat de juridische afdwingbaarheid van contracten - gemeten aan de hand van de benodigde tijd voor het terugvorderen van onderpand - van alle beschouwde instituties de kenmerken van de schuldverdeling het best verklaart. Deze resultaten blijven overeind na de opname van andere instituties. Reglementaire leningsquotiteiten, de fiscale behandeling van hypothecaire leningen en het belang van aflossingsvrije hypotheken en van hypotheken met een vaste rentevoet spelen eveneens een rol, maar de resultaten zijn minder robuust. De bevindingen zouden erop kunnen wijzen dat de verstrekking van hypothecair krediet beïnvloed wordt door juridische processen die het terugvorderen van het onderpand vertragen bij niet-terugbetaling. In dit geval reageren de banken op verwachte verliezen als gevolg van langere terugvorderingsperiodes niet alleen door hypothecair krediet te rantsoeneren of aanvragen af te wijzen, maar ook door verschillende rentevoeten te hanteren naargelang van de inkomensgroep en door relatief hogere rentevoeten toe te passen voor huishoudens met een laag inkomen.

Tot slot beschrijft de paper aanzienlijke heterogeniteit in de verdeling van de schulden van huishoudens tussen de landen. Deze diversiteit heeft implicaties voor zeer uiteenlopende domeinen, zoals het macro-economisch beleid - de effecten van een rentestijging zijn bijvoorbeeld afhankelijk van het aandeel en de kenmerken van de huishoudens met schulden - en de financiële stabiliteit - terugbetalingsachterstanden zijn afhankelijk van de structuur van de huishoudens inzake inkomen, leeftijd en samenstelling. Die resultaten verdienen verder onderzoek.