Perscommuniqué - Working Paper 238

Importeurs, exporteurs en loskoppeling van de wisselkoers

Grote exporteurs zijn tegelijkertijd grote importeurs. In deze paper wordt aangetoond dat dit patroon essentieel is voor een goed begrip van de geringe totale wisselkoersdoorwerking en van de verschillen in doorwerking tussen exporteurs. Ten eerste wordt een theoretisch kader ontwikkeld waarin variabele winstmarges, ten gevolge van strategische complementariteiten, worden gecombineerd met de endogene keuze om intermediaire inputs te importeren. Het model voorspelt dat ondernemingen met grote importaandelen en grote marktaandelen een lage wisselkoersdoorwerking hebben. Ten tweede worden de theoretische mechanismen getest en gekwantificeerd met behulp van gegevens op Belgisch bedrijf-productniveau die informatie verstrekken over export volgens bestemming en over import volgens land van herkomst. In de paper wordt bevestigd dat importintensiteit en marktaandeel de voornaamste determinanten van doorwerking zijn in een steekproef (dwarsdoorsnede) van de bedrijven. Een kleine exporteur zonder geïmporteerde inputs heeft een nagenoeg volledige doorwerking van meer dan 90 %, terwijl een bedrijf op het 95ste percentiel van zowel de importintensiteits- als marktaandeelverdeling een doorwerking van 56 % heeft, waarbij marginale kosten en winstmarge mechanismen met een zowat even groot gewicht vormen. De grootste exporteurs zijn tegelijkertijd bedrijven met een groot marktaandeel en een grote importintensiteit, en dat verklaart mee de geringe totale doorwerking en wisselkoersloskoppeling die uit de gegevens blijken.