Perscommuniqué - Wisselwerking tussen het monetair en het macroprudentieel beleid

Artikel gepubliceerd in het Economisch tijdschrift van September 2015

Vóór in 2007 de financiële crisis uitbrak, gingen de meeste beleidsmakers er traditioneel van uit dat prijsstabiliteit de belangrijkste doelstelling van het monetair beleid behoorde te zijn. Daarbij werd een inflatiedoelstelling op middellange termijn meestal verbonden aan een doelstelling inzake capaciteitsbezetting, bijvoorbeeld de hoogst haalbare werkgelegenheid of productie die verenigbaar is met prijsstabiliteit. Financiële stabiliteit werd geacht een afzonderlijk beleidsdomein te zijn, en het waarborgen ervan was niet de hoofdopdracht van het monetair beleid. Voorts werd algemeen aangenomen dat, indien de centrale bank erin slaagde de inflatie stabiel en licht positief te houden (typisch rond 2 %), zulks naast reële, ook financiële stabiliteit zou waarborgen.

Door de Great Recession zagen de beleidsmakers echter in dat prijsstabiliteit op zich geen waarborg is voor financiële stabiliteit en dat ze dus ook geen financiële crisissen kan voorkomen. Bovendien is gebleken dat schokken die ontstaan in het financieel stelsel, een zware impact kunnen hebben op de reële economie – en derhalve ook op de risico’s voor de prijsstabiliteit. Zo werd een versterkt microprudentieel beleid dat gericht is op de individuele instellingen, aangevuld met een macroprudentiële benadering, waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de systemische risico’s voor het financieel stelsel in zijn geheel en aan de wisselwerking met de reële economie. Het feit dat de ECB, in de context van het GTM, belast is met macroprudentiële taken om de financiële stabiliteit te vrijwaren, past in dit denkkader. De (macro)prudentiële doelstelling van de ECB is evenwel gescheiden van de doelstelling om prijsstabiliteit te vrijwaren.

In dit artikel wordt nagegaan welke implicaties een actief macroprudentieel beleid heeft voor het monetair beleid. Daarbij wordt voornamelijk aandacht besteed aan de wisselwerking tussen de beide beleidsdomeinen. In het artikel wordt in de eerste plaats het kader toegelicht waarin het macroprudentieel en het monetair beleid opereren. Daarbij wordt ingegaan op de doelstellingen van de twee beleidsdomeinen, de verschillende instrumenten die voorhanden zijn om die doelstellingen te bereiken en de voornaamste transmissiekanalen. Tevens wordt het institutioneel kader geschetst voor de monetaire en macroprudentiële beslissingen in België.

In sommige gevallen kunnen er sterke afwegingen (trade-offs) bestaan tussen prijs- en financiële stabiliteit. Dat is belangrijk omdat de trade-offs tussen die beide doelstellingen bepalend zijn voor de aard van de wisselwerking tussen het monetair en het macroprudentieel beleid. In het tweede deel van het artikel wordt die wisselwerking geanalyseerd. Aan de hand van een theoretisch model dat wordt aangevuld met voorbeelden uit de praktijk, wordt aangetoond dat dergelijke afwegingen afhankelijk zijn van de schokken die zich kunnen voordoen. Tegen die achtergrond wordt in het artikel besproken in welke gevallen het voor het monetair beleid wenselijk kan zijn om ‘tegen de wind te leunen’ (‘leaning against the wind’). Zo zou bijvoorbeeld, wanneer financiële onevenwichtigheden wijdverspreid zijn of er onvoldoende doeltreffende prudentiële instrumenten beschikbaar zijn, het monetair beleid het macroprudentieel beleid kunnen aanvullen ter vrijwaring van de financiële stabiliteit.

In het artikel wordt ook stilgestaan bij de uitdagingen van de huidige situatie in het eurogebied, waarbij het accommoderend niet-conventioneel monetair beleid eventueel bepaalde risico's zou kunnen opleveren voor de financiële stabiliteit. Gelet op de neerwaarts gerichte risico's voor de prijsstabiliteit, lijkt het sterk expansief monetair beleid gerechtvaardigd omdat er geen wijdverspreid excessief risicogedrag is, het monetair beleid via macro-economische stabilisatie positieve spillovers heeft op de financiële stabiliteit en omdat gerichte macroprudentiële instrumenten voorhanden zijn om eventuele risico’s aan te pakken.