Perscommuniqué - De nieuwe conjunctuurbarometer van de Nationale Bank van België

Artikel gepubliceerd in het Economisch Tijdschrift van juni 2009

De conjunctuurindicator is één van de meest waardevolle statistieken die de Bank maandelijks publiceert. Zijn faam is te danken aan de betrouwbare wijze waarop hij reeds decennia lang maandelijks het verloop van de economische activiteit van het land weerspiegelt. Het belang van de indicator overschrijdt daarbij zelfs de landsgrenzen, vermits hij als een vooroplopende en nauwkeurige indicator van de economische groei in het eurogebied wordt beschouwd.

Sinds 1972 publiceert de Bank de resultaten van haar maandelijkse conjunctuurenquête bij de ondernemingen in de vorm van een conjunctuurindicator. Om de kwaliteit van de conjunctuurindicator te verzekeren werd zijn berekeningswijze meermaals herzien, de laatste keer in 1990. De Bank oordeelde dat het thans wenselijk was deze methodologie te herzien.

Dit artikel presenteert de belangrijkste eigenschappen van de conjunctuurindicator, zijn gebruikstoepassingen en de nieuwe berekeningsmethode, die sedert april 2009 wordt toegepast. Deze herziening drong zich gaandeweg op door de uitbreiding van de enquête in 1994 naar de dienstverlening aan bedrijven, waarvan de resultaten tot vóór deze methodologische wijziging niet in de conjunctuurindicator werden opgenomen. Daarnaast liet de conjunctuurindicator in het recente verleden enkele ongewenste korte-termijnschommelingen optekenen. Beoogd werd de indicator te optimaliseren in functie van zijn correlatie met de bbp-groei, zijn korte-termijnvolatiliteit en zijn vooroplopende gedrag met aandacht voor het grote gewicht van de diensten binnen de Belgische economie, waardoor de indicator een breder beeld zou geven van de economische activiteit.

Vermits de algemene organisatie van de enquête en de berekening van de basisresultaten behouden blijven, hebben de methodologische wijzigingen enkel betrekking op het opstellen van de synthetische curven per bedrijfstak en de algemene conjunctuurindicator.

Terwijl in de methodologie van 1990 de synthetische curven per bedrijfstak werden berekend als een gemiddelde van alle vragen, met uitzondering van hoofdzakelijk de vragen over de prijzen, worden in de nieuwe synthetische curven een kleiner aantal vragen opgenomen, dat schommelt tussen de drie tot vier vragen naargelang de bedrijfstak:

  • voor de industrie: beoordeling gezamenlijke orderpositie, beoordeling voorraden afgewerkte producten (voorzien van een minteken, gegeven het negatieve verband met de conjuncturele situatie), vooruitzichten werkgelegenheid, vooruitzichten vraag;
  • voor de handel: vooruitzichten vraag, vooruitzichten bestellingen, vooruitzichten werkgelegenheid;
  • voor de bouw: verloop orderbestand, verloop ingeschakeld materieel, beoordeling orderbestand, vooruitzichten vraag;
  • voor de dienstverlening aan bedrijven: beoordeling activiteit, vooruitzichten activiteit, vooruitzichten algemene vraag.

De synthetische curve van de dienstverlening aan bedrijven werd geïntegreerd in de algemene conjunctuurindicator door een herziening van de gewichten die aan de verschillende bedrijfstakken worden toegekend. Terwijl de vorige indicator werd berekend als een gewogen gemiddelde van de synthetische curve in de verwerkende nijverheid (70 pct.), de handel (15 pct.) en de bouw (15 pct.), werden deze gewichten herzien tot 65 pct. voor de verwerkende nijverheid, 15 pct. voor de bouw, 5 pct. voor de handel en 15 pct. voor de dienstverlening aan bedrijven.

Door deze methodologische wijzigingen is de kwaliteit van de conjunctuurindicator toegenomen: de correlatie van de indicator met de bbp-groei werd licht verhoogd, zijn vooroplopende gedrag werd behouden en de ongewenste korte-termijnvolatiliteit werd aanzienlijk teruggedrongen. De maand-op-maand bewegingen van de bruto indicator zijn aldus een stuk informatiever geworden omtrent de conjunctuurtrend: terwijl de bruto indicator voorheen in 61 pct. van de gevallen een juist conjunctuursignaal gaf, is dit percentage voor de nieuwe indicator opgelopen tot 76 pct. Als gevolg van de verminderde korte-termijnvolatiliteit van de bruto indicator kon de afvlakkingsprocedure van de algemene indicator minder zwaar worden gemaakt, waardoor de publicatieachterstand van de afgevlakte algemene conjunctuurindicator, die de fundamentele conjunctuurtrend weerspiegelt, werd teruggedrongen van vier tot twee maanden.

De vernieuwde conjunctuurindicator wordt maandelijks beschikbaar gesteld via de website van de Bank. Hoewel de eerste betrouwbare resultaten van de enquête bij de diensten dateren vanaf 1995, blijft de algemene indicator beschikbaar vanaf 1980. Tussen 1980 en 1995 werd de nieuwe indicator berekend zonder de diensten gebruik makend van de oude gewichtenstructuur. Voorts blijven de verschillende deelvragen uit de enquête, die omwille van hun statistische eigenschappen niet langer allemaal deel uitmaken van de conjunctuurindicator, wel opgenomen in het maandelijkse persbericht dat de resultaten van de conjunctuurenquête toelicht.