Nieuwe kwijtschelding

Het wettelijk regime van verschoonbaarheid bij faillissement wordt op 1 mei 2018 vervangen door een kwijtschelding van de restschulden.

Draagwijdte van de kwijtschelding

De kwijtschelding betreft alle schulden die op het einde van de insolventieprocedure onbetaald zijn gebleven. Het omvat zowel de persoonlijke als de professionele schulden van de gefailleerde, met uitzondering van de zakelijke zekerheden verleend door de schuldenaar of door derden de onderhoudsschulden en de schulden voortvloeiend uit de verplichting tot herstel van de schade verbonden aan het overlijden of aan de aantasting van de lichamelijke integriteit van een persoon waaraan de gefailleerde schuld heeft.

De kwijtschelding wordt door de rechtbank enkel toegekend op verzoek van de gefailleerde. Een uittreksel van het vonnis dat de kwijtschelding beveelt, wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Elke belanghebbende kan tot drie maanden na de publicatie van het vonnis van kwijtschelding verzet aantekenen tegen de kwijtschelding.  De kwijtschelding wordt bijgevolg definitief ofwel drie maanden na de publicatie van het vonnis van kwijtschelding als er geen derdenverzet wordt ingesteld, ofwel wanneer het vonnis over het derdenverzet wordt uitgesproken.

De kwijtschelding geldt eveneens voor de (ex-)echtgenoot of (gewezen) wettelijk samenwonende die persoonlijk verbonden is voor de schulden die de gefailleerde tijdens de duur van het huwelijk of de wettelijke samenwoning heeft aangegaan, voor zover dit gebeurde in het kader van zijn beroepsactiviteit. In tegenstelling tot de gefailleerde zelf geniet de (ex-)partner dus niet van de kwijtschelding voor de schulden die vreemd zijn aan de beroepsactiviteit van de gefailleerde.

De kwijtschelding strekt niet tot voordeel van andere medeschuldenaars. Ze geldt evenmin voor de wettelijk samenwonende van wie de verklaring van samenwonen werd afgelegd in de zes maanden voor het openen van de faillissementsprocedure.

Een gelijkaardig regime van kwijtschelding geldt voor schuldenaars-natuurlijke personen van wie de onderneming geheel onder gerechtelijk gezag werd overgedragen in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie.

Impact op CKP & ENR

De regeling waarbij de kredietgever de achterstallige kredietovereenkomsten dient te regulariseren, wordt vervangen.

In geval van vonnis dat de kwijtschelding van de restschulden van de gefailleerde uitspreekt, moet de kredietgever vanaf 1 mei 2018 verplicht overgaan tot de onmiddellijke schrapping van de gefailleerde uit alle kredietovereenkomsten waarvoor hij als kredietnemer in het CKP-bestand of het ENR-bestand geregistreerd is.

Daarenboven moet ook de (ex-)echtgenoot geschrapt worden uit de kredietovereenkomsten of financiële verbintenissen die in het ENR-bestand zijn geregistreerd, indien ze tijdens het huwelijk door de gefailleerde werden aangegaan in het kader van zijn beroepsactiviteit. Dit geldt eveneens voor de (ex-)wettelijk samenwonende, voor zover de verklaring van samenwonen niet werd afgelegd in de zes maanden voorafgaand aan het openen van de faillissementsprocedure.

De kredietgever moet deze onmiddellijke schrapping doen ten laatste acht werkdagen na afloop van de termijn om derdenverzet tegen de kwijtschelding aan te tekenen (drie maanden te rekenen vanaf de bekendmaking van het vonnis van kwijtschelding) of uiterlijk acht werkdagen na publicatie van het definitieve vonnis van de rechtbank over het derdenverzet indien de kwijtschelding van de betrokken schuld bevestigd wordt.

De kredietgever moet de schrapping verplicht uitvoeren door middel van actiecode 15. Op die manier blijft de kredietovereenkomst geregistreerd voor de eventuele medekredietnemers die niet bevrijd worden door de kwijtschelding, zoals bvb. de echtgeno(o)t(e) voor de kredietschulden die vreemd zijn aan de beroepsactiviteit van de gefailleerde.  Indien de gefailleerde daarentegen de enige kredietnemer van de kredietovereenkomst is, heeft de schrapping van de gefailleerde automatisch ook de schrapping van de kredietovereenkomst tot gevolg.  

Dezelfde werkwijze dient door de kredietgever te worden toegepast op de lopende procedures waarvoor na 1 mei 2018 nog de verschoonbaarheid in plaats van de kwijtschelding wordt uitgesproken.