Memorie van toelichting van de antiwitwaswet van 18 september 2017 - Artikel 91

Art. 91

Ontwerpartikel 91 somt de bevoegdheden op waarover de NBB beschikt in het kader van de uitoefening van het toezicht.

Het gaat inzonderheid om de bevoegdheid:

  • om zich alle informatie en elk document te doen verstrekken, inzonderheid over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de onderworpen entiteiten, met inbegrip van de informatie met betrekking tot de relaties tussen een onder toezicht staande onderworpen entiteit en haar cliënten; en
  • om ter plaatse inspecties te verrichten en ter plaatse kennis te nemen en een kopie te maken van alle informatie, elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang te hebben tot elk informaticasysteem, om:
    • na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen worden nageleefd, inclusief de Europese verordeningen en de technische reguleringsnormen inzake SWG/FTP; en
    • het passende karakter te toetsen van de beleidsstructuren, de administratieve organisatie, de interne controle en het beleid inzake het beheer van de WG/FTP-risico's.

Net als in het kader van de bankwet, wordt verduidelijkt dat de toegang tot informatie die aan de NBB wordt toegekend met het oog op het toezicht, ook de toegang tot de agenda’s en de notulen van de vergaderingen van de verschillende organen van de onderworpen entiteit en hun interne comités omvat, alsook tot de bijbehorende documenten en resultaten van de interne en/of externe beoordeling van de werking van deze organen.

Wanneer ze inspecties ter plaatse verrichten, mogen de personeelsleden van de NBB tijdens gesprekken met de leidinggevenden maar ook met de personeelsleden die ze aanduiden, de nodige informatie en uitleg verzamelen.

In de praktijk past de NBB, wanneer ze haar toezichtsbevoegdheden inzake SWG/FTP uitoefent, dezelfde methodologie toe als die waarop ze de uitoefening van haar algemene prudentiële toezichtsopdrachten baseert en die bestaat uit de combinatie van een controle op afstand met een controle “ter plaatse” (inspecties).

De controle op afstand bestaat in het verzamelen en analyseren van een brede waaier aan informatie om, enerzijds, het risicoprofiel van de betrokken financiële instelling en, anderzijds, de op te zetten controleacties te bepalen, rekening houdend met het risicoprofiel. De betrokken informatie heeft zowel betrekking op de algemene kenmerken van de financiële instelling (kwaliteit van de algemene governance en van de bedrijfscultuur, type en omvang van de activiteiten, kwaliteit van de compliance- en interneauditfuncties, enz.), als op aspecten die specifiek betrekking hebben op de SWG/FTP (hoedanigheid van de functie van de AMLCO, conformiteit van de procedures voor SWG/FTP met de wettelijke en reglementaire vereisten, specifieke gebeurtenissen, enz.). Deze informatie kan afkomstig zijn van erg uiteenlopende bronnen. Het kan met name gaan om informatie verkregen in het kader van de uitoefening van de algemene prudentiële toezichtsbevoegdheden, om informatie die de financiële instelling periodiek moet verstrekken aan de NBB (zoals periodieke verslagen of antwoorden op periodieke vragenlijsten) of in antwoord op specifieke verzoeken om informatie, of nog om informatie afkomstig van externe bronnen (bijvoorbeeld informatie overgemaakt door de CFI, door andere Belgische of buitenlandse autoriteiten, openbare informatie, klachten van cliënten, enz.).

Naast het feit dat de controle “op afstand” zelf acties kan genereren ten aanzien van financiële instellingen opdat ze vastgestelde tekortkomingen zouden verhelpen, laat deze controle ook toe om financiële instellingen waarin een inspectieopdracht ter plaatse aangewezen kan zijn, te identificeren en om het voorwerp ervan te bepalen.

Deze opdrachten worden uitgevoerd door inspecteurs in overeenstemming met een duidelijke auditmethodologie die aansluit op de methodologie die wordt toegepast in het kader van het algemeen prudentieel toezicht. De opdrachten beogen niet enkel om ter plaatse de conformiteit van de interne procedures met de wettelijke en reglementaire verplichtingen na te gaan maar ook om de effectieve uitvoering van deze interne procedures en hun efficiëntie om verrichtingen inzake WG/FTP te voorkomen, te controleren. In dit opzicht voeren de inspecteurs controles uit aan de hand van steekproeven in dossiers, die moeten toelaten om zo objectief mogelijk de mate van effectiviteit en efficiëntie te bepalen van de procedures en maatregelen inzake SWG/FTP die door de financiële instellingen werden vastgelegd. Deze dossiercontroles bestaan echter niet in een systematische en exhaustieve zoektocht naar alle tekortkomingen ten opzichte van de preventieverplichtingen die de betrokken instelling mogelijks zouden kunnen worden verweten. De inspecties leiden tot het opstellen van een rapport, dat de aan het licht gebrachte zwakke punten of tekortkomingen formeel vastlegt en de maatregelen opsomt die de financiële instelling moet nemen om deze te verhelpen. De inspectieverslagen worden regelmatig opgevolgd om na te gaan of de aanbevolen maatregelen effectief binnen de vastgestelde termijnen door de financiële instelling worden genomen. Ze vormen bovendien een bijzonder belangrijke informatiebron voor de uitoefening van de controle op afstand.