De oorlog in Oekraïne: antwoorden op veelgestelde vragen

Belgische handelsrelaties met Oekraïne en Rusland

Handel

Oekraïne

In 2021 voerden 1396 Belgische ondernemingen goederen uit naar Oekraïne. Deze export vertegenwoordigde een totaalbedrag van 566 miljoen euro. Sinds de annexatie van de Krim door Rusland is de uitvoer naar het land gedaald. 690 in België gevestigde bedrijven importeren goederen uit Oekraïne. Het aantal neemt toe. De omzet van de import fluctueert. In 2021 ging het om 525 miljoen euro.

Rusland

In 2021 voerden 1556 Belgische bedrijven goederen uit naar Rusland. 1023 bedrijven importeerden Russische goederen naar ons land. Het totale exportvolume bedroeg in 2021 ruim 3,4 miljard euro en het importvolume 6,9 miljard euro. De uitvoer omvat vooral chemische en farmaceutische producten. De geïmporteerde goederen zijn vooral metalen, staal, mineralen en (afgeleide) petroleum(producten). Rusland is een kleine handelspartner van België, goed voor ongeveer 0,9 %. van onze totale export en 1,8 % van onze import. Volgens de FOD Economie was in 2019 ongeveer 3 % van het in België gebruikte gas afkomstig uit Rusland.

Directe investeringen

De directe investeringen zijn beperkt. De investeringen van bedrijven uit Oekraïne of Rusland in ons land zijn bijna nihil. De directe investeringen van Belgische bedrijven in Oekraïne bedroegen in 2020 slechts 56 miljoen euro. De investeringen in Rusland waren goed voor ongeveer 1,5 miljard euro. Ter vergelijking: deze investeringen in Rusland bedragen slechts 1,5 % van alle directe investeringen door Belgische bedrijven.

Wat zijn de economische gevolgen van de oorlog voor het eurogebied en het inflatiepeil?

De Europese Centrale Bank en de centrale banken van het Eurosysteem zullen er alles aan doen om de financiële stabiliteit en prijsstabiliteit te bewaren.

Omdat de situatie snel verandert, is het zeer uitdagend om een goede, betrouwbare langetermijninschatting te maken voor de hele eurozone. De Raad van Bestuur van de ECB maakte een uitgebreide impactanalyse in de aanloop van de monetairbeleidsvergadering van 10 maart. De oorlog zorgt voor heel wat onzekerheid. De energieprijzen stijgen explosief, handelsrelaties zijn aangetast en er kan een negatieve invloed op het consumentenvertrouwen ontstaan.

Toch verwacht de ECB nog altijd dat de economie in het eurogebied robuust blijft groeien maar dat die groei wel wat vertraagt. Er wordt nu uitgegaan van een groei van 3,7 % in 2022, en van 2,8 % in 2023. De inflatie zal hoog zal blijven door de snel stijgende energieprijzen, de krapte op de arbeidsmarkt, bevoorradingsproblemen en de stijging van grondstofprijzen. Voor 2022 wordt voor de eurozone nu uitgegaan van een inflatie van 5,1 %, in 2023 zou het inflatiepeil dalen naar 2,1 % en dus de ECB inflatiedoelstelling van 2 % benaderen.

Wat zijn de economische gevolgen van de oorlog voor ons land?

De potentiële rechtstreekse impact is eerder beperkt, aangezien zowel Oekraïne als Rusland kleine handelspartners zijn. De handel vertegenwoordigt voor de meeste Belgische bedrijven die actief zijn op deze markten een laag percentage van hun totaalomzet. Maar is wel een belangrijke indirecte impact door bijvoorbeeld de explosieve stijging van de energieprijzen, ook al valt af te wachten hoelang dat prijspeil zal blijven duren.

Naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne heeft de Nationale Bank haar economische vooruitzichten herzien. De Bank gaat voor 2022 nu uit van een tijdelijke groeivertraging. De Belgische economie zou volgens de nieuwe berekeningen dit jaar nu groeien met 2,4 % en de inflatieverwachting werd verhoogd naar 7,4 %. De loonkost in de privésector zou zelfs met 10 % kunnen stijgen omdat de automatische loonindexering haar impact zal hebben. Dat kan de concurrentiekracht van onze bedrijven tijdelijk aantasten omdat loonaanpassingen in de buurlanden trager tot stand komen.  

Toch wijzen ook de huidige prognoses niet op een langdurige loon-prijsspiraal: de inflatoire druk valt terug in de twee volgende jaren. Het begrotingstekort zou in 2022 4,4 % bbp bedragen maar loopt wat verder op tegen 2024.

Lees het volledige verslag van de nieuwe vooruitzichten

De regering riep een expertengroep ‘Koopkracht en concurrentievermogen’ in het leven wiens opdracht erin zal bestaan de regering aanbevelingen en pistes voor concrete maatregelen aan te reiken om de inflatie en de economische uitdagingen verbonden aan de oorlog in Oekraïne het hoofd te bieden. Op donderdag 28 april vond de eerste vergadering van de expertengroep plaats onder voorzitterschap van de gouverneur van de NBB en in aanwezigheid van de eerste minister.

Lees meer over de expertengroep - Bekijk de video

Op regelmatige tijdstippen wordt een dashboard 'Economische impact van de oorlog in Oekraïne' gepubliceerd met een aantal macro-economische en sectoriële analyses en indicatoren opgesteld door de teams van de Nationale Bank van België, het Federaal Planbureau en de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie.

Bekijk het dashboard

Welke sancties zijn er genomen tegen Rusland?

De ECB implementeert het sanctiepakket dat werd goedgekeurd door de Europese Commissie. De Algemene Administratie van de Thesaurie, bevoegd voor de administratieve behandeling van en de controle op de naleving van de financiële sancties in België, heeft de Belgische banken rechtstreeks geïnformeerd over de financiële sancties die werden genomen tegen Rusland en die moeten worden gerespecteerd.

Wat zijn de gevolgen van deze sancties voor Belgische bedrijven of burgers?

Uiteraard moet iedereen de wettelijk opgelegde sancties strikt respecteren. Dit kan onder meer betekenen dat financiële transacties met gesanctioneerde entiteiten, banken of personen niet kunnen worden uitgevoerd.

Kijkt de Nationale Bank toe op de naleving van de sancties door de Belgische financiële sector?

De Bank is toezichthouder op de financiële sector in ons land (banken, verzekeringsinstellingen, betalingsinstellingen, financiële marktinfrastructuren…). In die hoedanigheid moet de NBB toezien of de instellingen onder haar toezicht hun wettelijke verplichtingen nakomen en bijgevolg ‘compliant’ zijn. Vermits de sancties via Europese wetgeving worden opgelegd, valt een deel van het toezicht dus onder de toezichtrol van de Nationale Bank. De Bank heeft al de instellingen onder haar toezicht al gewezen op het feit dat dat ze de sancties strikt moeten naleven.

SWIFT

De voorbije dagen raakte bekend dat Russische banken gedeeltelijk zullen worden afgesloten van de Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication (SWIFT). Het bedrijf SWIFT werd door de Nationale Bank van België vergund in 1997 en is gevestigd in ons land. SWIFT is met haar gestandaardiseerde berichtenservice een kritieke dienstverlener aan het wereldwijde financiële systeem (banken, marktinfrastructuren, brokers, investment managers,…). SWIFT is actief in meer dan 200 landen en haar communicatietechnologie verbindt 11 000 klanten. In 2020 werden dagelijks gemiddeld 37,7 miljoen berichten over financiële transacties door SWIFT verstuurd. De gebruikers van SWIFT zijn de eigenaars van het bedrijf.

De Nationale Bank is de voornaamste toezichthoudende autoriteit op de activiteiten van SWIFT maar wordt gezien de wereldwijde schaal van de SWIFT-activiteiten in deze rol bijgestaan door de centrale banken van de G10-landen plus 15 bijkomende centrale banken waarmee gecoördineerd wordt. Meer info: https://www.nbb.be/doc/ts/publications/fmi-and-paymentservices/latest/fmi_swift.pdf.

Gezien het strikte beroepsgeheim dat verbonden is aan de rol van een toezichthouder kunnen we geen bijkomende informatie verstrekken over de maatregelen met betrekking tot SWIFT en Rusland.

Hoe groot is de blootstelling van de Belgische financiële sector aan Rusland?

De blootstelling van de financiële sector aan Rusland is eerder beperkt. Voor de verzekeringsmaatschappijen is deze blootstelling zelfs bijna nihil. Voor de banken varieert de blootstelling van bank tot bank. In assets varieert ze van enkele honderdduizenden tot enkele honderden miljoenen euro. In ‘liabilities’ varieert ze van 0 euro tot enkele miljarden euro maar blijft ze voor elke bank beperkt tot maximaal 1,5 % van het balanstotaal.