Antiwitwaswet van 18 september 2017 - Artikelen 55 en 56

Art. 55

§ 1. De onderworpen entiteiten, hun bestuurders, personeelsleden, agenten en distributeurs, evenals de Stafhouder bedoeld in artikel 52, delen niet mee aan een betrokken cliënt noch aan derden dat informatie of inlichtingen, zijn, zullen worden of werden verstrekt aan de CFI in overeenstemming met de artikelen 47, 48, 54 of 66, § 2, derde lid, of dat een analyse naar het witwassen van geld of de financiering van terrorisme aan de gang is of zou kunnen worden geopend.

Het verbod bedoeld in het eerste lid is ook van toepassing op de daarin bedoelde mededelingen van informatie of inlichtingen aan de bijkantoren van onderworpen entiteiten gevestigd in derde landen.

§ 2. Wanneer een natuurlijk persoon die behoort tot één van de categorieën van de onderworpen entiteiten opgesomd in artikel 5, § 1, 23° tot en met 28°, een cliënt tracht te ontraden deel te nemen aan een illegale activiteit is er geen mededeling in de zin van paragraaf 1.

Art. 56

§ 1. Het verbod waarvan sprake is in artikel 55 is niet van toepassing op de mededeling aan de toezichtautoriteiten die bevoegd zijn op grond van artikel 85, noch op de mededeling voor repressieve doeleinden.

§ 2. Het verbod waarvan sprake in artikel 55 is niet van toepassing op de mededeling van informatie:

1° tussen kredietinstellingen of financiële instellingen als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten 1 en 2, van Richtlijn 215/849, gevestigd in een lidstaat wanneer deze instellingen behoren tot eenzelfde groep;

2° tussen de instellingen als bedoeld in 1°, hun bijkantoren en hun dochters waarin zij een meerderheidsbelang hebben, gevestigd in derde landen, op voorwaarde dat die bijkantoren en dochters volledig voldoen aan de op groepsniveau geldende gedragslijnen en procedures overeenkomstig artikel 45 van Richtlijn 2015/849, inbegrepen de procedures voor het delen van informatie binnen de groep;

3° tussen de instellingen bedoeld in 1° of tussen deze instellingen en gelijkwaardige instellingen gevestigd in derde landen waarvan de voorschriften gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van Richtlijn 2015/849, wanneer deze instellingen optreden in verband met eenzelfde cliënt en in het kader van eenzelfde verrichting, op voorwaarde dat de uitgewisselde informatie slaat op die cliënt of die verrichting, dat ze enkel wordt gebruikt ter voorkoming van het witwassen van geld of van de financiering van terrorisme en dat de instelling die de informatie ontvangt onderworpen is aan verplichtingen die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van Richtlijn 2015/849 inzake mededelingsverbod en de bescherming van persoonsgegevens;

4° tussen de personen bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 3, a) en b), van Richtlijn 2015/849 of tussen deze personen en personen die hetzelfde beroep uitoefenen in derde landen die verplichtingen opleggen die gelijkwaardig zijn aan deze bepaald in Richtlijn 2015/849:

a) die hun beroepsactiviteiten uitoefenen, al dan niet als werknemers, binnen dezelfde rechtspersoon of een grotere structuur waartoe de persoon behoort en die onder dezelfde eigendom, hetzelfde bestuur of hetzelfde toezicht op de naleving van de verplichtingen vallen; of

b) wanneer zij tussenkomen in verband met eenzelfde cliënt en in het kader van eenzelfde verrichting, op voorwaarde dat de uitgewisselde informatie betrekking heeft op die cliënt of die verrichting, dat ze uitsluitend wordt gebruikt ter voorkoming van witwassen van geld of van financiering van terrorisme, en dat de bestemmeling van de informatie onderworpen is aan gelijkwaardige verplichtingen dan degene bepaald in Richtlijn 2015/849 inzake het mededelingsverbod en de bescherming van de persoonsgegevens.