Antiwitwaswet van 18 september 2017 - Artikel 91

Art. 91

Onverminderd de prerogatieven die haar zijn toegekend voor het vervullen van haar andere wettelijke toezichtsopdrachten, kan de Bank zich voor de uitoefening van haar toezichtsbevoegdheden bepaald door of krachtens deze wet, alle informatie en elk document doen verstrekken in gelijk welke vorm en met name alle informatie over de organisatie, de werking, de positie en de verrichtingen van de onderworpen entiteiten, als bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10°, met inbegrip van de informatie betreffende de relaties tussen een onderworpen entiteit en haar cliënten.

De Bank kan ter plaatse inspecties verrichten en ter plaatse kennis nemen en een kopie maken van alle informatie, elk document, elk gegevensbestand en elke registratie, alsook toegang hebben tot elk informaticasysteem, om:

1° na te gaan of de bepalingen van boek II van deze wet en de besluiten en reglementen genomen ter uitvoering ervan, van de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2015/849, van de Europese verordening betreffende geldovermakingen en van de waakzaamheidsplichten bedoeld in de bindende bepalingen betreffende financiële embargo’s, worden nageleefd;

2° het passende karakter te toetsen van de beleidsstructuren, de administratieve organisatie, de interne controle en het beleid inzake het beheer van de WG/FTP-risico’s.

De in het eerste en tweede lid bedoelde prerogatieven omvatten eveneens de toegang tot de agenda’s en tot de notulen van de vergaderingen van de verschillende organen van de onderworpen entiteit en van hun interne comités, evenals tot de bijhorende documenten en tot de resultaten van de interne en/of externe beoordeling van de werking van genoemde organen.

In het kader van haar toezichtsopdracht en met name van de in het tweede lid bedoelde inspecties zijn de personeelsleden van de Bank gemachtigd om van de leidinggevenden en de personeelsleden van de onderworpen entiteit alle inlichtingen en uitleg te verkrijgen die zij nodig achten voor de uitvoering van hun opdrachten en kunnen zij te dien einde gesprekken eisen met leidinggevenden of personeelsleden van de onderworpen entiteit die zij aanduiden.