Antiwitwasreglement NBB van 21 november 2017 - Artikelen 16 en 18

Art. 16

De onderworpen financiële instellingen brengen de volgende elementen schriftelijk ter kennis van hun aangestelden die rechtstreeks in contact staan met de cliënten of die belast zijn met de uitvoering van hun verrichtingen:

1° de passende criteria die hen in staat moeten stellen atypische verrichtingen op te sporen;

2° de te volgen procedure om deze verrichtingen te onderwerpen aan een specifieke analyse onder de verantwoordelijkheid van de AMLCO overeenkomstig artikel 45, § 1, van de wet, teneinde te bepalen of van deze verrichtingen vermoed kan worden dat ze verband houden met het witwassen van geld of financiering van terrorisme.

Art. 18

Conform artikel 9, §§ 1 en 2 van de wet stellen de onderworpen financiële instellingen  passende procedures vast om zo snel mogelijk, naar gelang van de omstandigheden, een analyse te verrichten van de atypische verrichtingen, teneinde overeenkomstig artikel 45 van de wet te bepalen of er een vermoeden moet worden gemeld aan de CFI met toepassing van artikel 47 van de wet.