Antiwitwasreglement NBB van 21 november 2017 - Artikel 1

Art. 1

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

1° “de wet”: de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;

2° “de Bank”: de Nationale Bank van België;

3° “onderworpen financiële instelling”: een onderworpen entiteit als bedoeld in artikel 2;

4° “AMLCO”: de persoon/personen die is/zijn aangewezen met toepassing van artikel 9, § 2, van de wet;

5° “occasionele verrichting”: een verrichting als bedoeld in artikel 21, § 1, 2°, a) of b), van de wet;

6° “atypische verrichting”: een verrichting die niet strookt met de kenmerken van de cliënt, met het doel en de aard van de zakelijke relatie of van de betrokken verrichting, of met het risicoprofiel van de cliënt, en die hierdoor verband zou kunnen houden met het witwassen van geld of de financiering van terrorisme;

7° “genummerde rekening of overeenkomst”: een rekening of overeenkomst waarvan de omschrijving de identiteit van de cliënt niet vermeldt of die door de onderworpen financiële instelling in haar databank is geregistreerd zonder vermelding van die identiteit;

8° “professionele tegenpartij”: een cliënt die een professionele cliënt is in de zin van artikel 2, eerste lid, 28°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, zoals verduidelijkt in deel I, eerste lid, van bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007 tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, of die een in aanmerking komende tegenpartij is in de zin van artikel 2, eerste lid, 30°, van voornoemde wet van 2 augustus 2002, zoals verduidelijkt in artikel 3, § 1, eerste lid, van voornoemd koninklijk besluit van 3 juni 2007;

Voor het overige hebben de in dit reglement gebruikte termen dezelfde betekenis als in de wet.