Maandelijkse bijwerking van 13 mei 2019

Printer versie (PDF)

KREDIETVERSTREKKING DOOR INGEZETEN BANKEN AAN NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN

Maart 2019

Het jaar-op-jaar veranderingspercentage van de kredietverstrekking door ingezeten banken aan niet financiële vennootschappen liep in maart terug tot 5,7 %, tegen 6,6 % in de voorgaande maand. Het verloop van de kredieten met een korte en lange looptijd ligt ten grondslag aan die daling: het veranderingspercentage van de kredieten op minder dan een jaar liep terug tot 6,6 % (tegen 9,7 % in februari) en dat van leningen op meer dan vijf jaar daalde van 7,9 tot 7,5 %. De jaar-op-jaar groei van de kredieten op middellange termijn herstelde daarentegen, maar bleef negatief: hij bedroeg -3,8 % (tegen -4,3 % een maand eerder). Op basis van de seizoengezuiverde gegevens was het volume van de in maart toegekende nieuwe kredieten gelijk aan dat van de afgeloste kredieten.

De gemiddelde rente op de nieuwe bedrijfskredieten daalde in maart en kwam uit op 1,57 % (-5 basispunten ten opzichte van februari). Die daling gold voor alle kredietcategorieën, met uitzondering van de kortlopende leningen met een waarde van minder dan € 1 miljoen, waarop de rente stabiel bleef. De rente op kredieten op middellange termijn (met een initiële rentevaste periode tussen één en vijf jaar) en die op kredieten op lange termijn (met een initiële rentevaste periode van meer dan vijf jaar) daalden met 5 basispunten tot respectievelijk 1,35 en 1,72 %. De rente op kortlopende kredieten (met een initiële rentevaste periode van minder dan een jaar) van meer dan € 1 miljoen zakte met 8 basispunten tot 1,31 %. De kortetermijnrente voor kredieten van minder dan € 1 miljoen bleef daarentegen onveranderd op 1,59 %.

RENTETARIEVEN OP NIEUWE KREDIETEN GEWOGEN GEMIDDELDE RENTE3

1. Berekend als de verhouding van de gecumuleerde nettostromen van de laatste twaalf maanden tot de uitstaande kredieten in de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar. In deze definitie zijn eventuele herclassificaties en herzieningen van het uitstaande bedrag niet inbegrepen.

2. De maandelijkse nettostromen komen overeen met de bedragen van de nieuwe verstrekte leningen waarvan de waarde van de terugbetalingen wordt afgetrokken.

3. Door de Belgische banken op nieuwe bedrijfskredieten toegepaste gewogen gemiddelde rente. De weging is gebaseerd op de uitstaande bedragen van de verschillende soorten kredieten.