Algemeen
De sector financiële instellingen bestaat uit alle vennootschappen en quasi-vennootschappen met als hoofdfunctie financiële intermediatie (financiële intermediairs) en/of het verlenen van financiële hulpdiensten (financiële hulpbedrijven). Onder financiële intermediatie wordt verstaan de activiteit waarbij een institutionele eenheid via een markt voor eigen rekening tegelijkertijd vordering- en schuldverhoudingen aangaat. De vorderingen en schulden van financiële intermediairs hebben uiteenlopende kenmerken, hetgeen impliceert dat via financiële intermediatie verkregen middelen worden omgezet of heringedeeld wat looptijd, omvang, risico e.d. betreft. Onder het verlenen van financiële hulpdiensten wordt verstaan het verlenen van diensten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar op zichzelf niet als zodanig kunnen worden aangemerkt.
De sector financiële instellingen wordt volgens de ESR95 onderverdeeld in vijf subsectoren:
- centrale bank (S.121);
- overige monetaire financiële instellingen (S.122); hierin vinden we de kredietinstellingen en de Instellingen voor Collectieve Belegging (ICB) met monetair karakter;
- overige financiële intermediairs, m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.123); het betreft voornamelijk Instellingen voor Collectieve Belegging (ICB) andere dan diegene met monetair karakter, Lege Financiële Instellingen (Financial Vehicle Corporations) en de Financiële Holdings;
- financiële hulpbedrijven (S.124); het betreft een groepering van diverse maatschappijen zolas Mutual Funds Management maatschappijen, Maatschappijen voor Asset Management ...
- verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125).
Een gedetailleerde beschrijving van de subsectoren met voorbeelden is te vinden op: http://www.nbb.be/doc/dq/CIS/n/info.htm#S.12.
De statistieken van de financiële instellingen bieden macro-economische informatie en zijn voornamelijk opgesteld aan de hand van de balansgegevens van die instellingen. Daarnaast is er statistische informatie afkomstig uit enquêtes uitgevoerd bij financiële instellingen: de Bank Lending Survey
en de MIR.
De MFI groep (Monetaire Financiële Instellingen) neemt een aparte statistische plaats in en wordt gedefinieerd als bestaande uit de centrale bank (S.121) en de overige monetaire financiële instellingen (S.122). Deze statistieken zijn een zeer belangrijke informatiebron voor het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De bancaire statistieken worden opgemaakt op grond van de gedetailleerde balansen van de MFI's. Voor de sub-sector van de kredietinstellingen zijn meerdere detailpresentaties, naar de orde van grootte en de rechtsvorm, opgenomen. Daarnaast worden ook de aggregaten van de resultatenrekening en de gegevens buiten balanstelling vermeld. De gedetailleerde boekhoudgegevens van de MFI's liggen tevens aan de oorsprong van verscheidene financiële en economische statistieken.
Zeer nauw verbonden met de bancaire statistieken zijn de monetaire statistieken. Zij vormen een essentiële input voor de eerste pijler binnen het monetaire beleid van de ECB. De bekendste statistieken hebben betrekking op de monetaire aggregaten die worden berekend volgens de voor alle landen van de EMU geldende, geharmoniseerde definities.
Aangiften OneGate
Verzameling van gegevens via OneGate
AANMELDEN TOT DE AANGIFTE-TOEPASSING
U kan uw aangifte online invullen en versturen via internet door gebruik te maken van OneGate. Dit is een beveiligde internettoepassing waarmee aangevers hun statistische aangiften kunnen invullen.
Heeft u OneGate nog niet gebruikt, dan dient u eerst een gebruikersnaam en wachtwoord aan te vragen. U kan eveneens toegang tot OneGate verkrijgen door middel van een elektronisch certificaat. U vindt alle informatie hierover in Aanvraag gebruikersnaam en veel gestelde vragen (FAQ).
Naar de startpagina van OneGate.
U vindt meer informatie voor:
Cijfers
Publicaties
|
- Statistisch Tijdschrift (Hoofdstukken 13-14) |
|
Publicaties |
|
- Statistisch Tijdschrift - maandelijkse bijwerking |
|
Publicatie
|
|
Cijfers
Gerelateerde websites
Methodologie
De gegevens worden enerzijds gebaseerd op gereglementeerde rapporteringen aan de Nationale Bank, zowel van administratieve aard als op basis van enquêtes. De rechtstreekse rapporteringen aan de Nationale Bank gebeuren via OneGate. Anderzijds wordt gebruik gemaakt van publiek toegankelijke marktinformatie of informatie verstrekt door de marktorganisaties.
De kredietinstellingen zijn belangrijke rechtstreekse gegevensverstrekkers. De in België gevestigde kredietinstellingen rapporteren aan de Nationale Bank en aan de Commissie voor het Bank-, Financie en Assurantiewezen (CBFA) over hun financiële positie via het zogenaamde "schema A". De rapporteringsfrequentie is afhankelijk van de aard van de informatie. De volgende gegevens worden verstrekt:
- maandelijks de balansen en de posten buiten balanstelling en bijdragen over o.a. de thesaurietegoeden en interbankvorderingen, de interbankschulden, de kredietverlening, de depositobasis en het effectenbezit;
- driemaandelijks de resultatenrekeningen en additionele informatie, waaronder een gedetailleerde staat van de effectenportefeuille;
- jaarlijks de verdeling van het resultaat en meer structurele informatie.
De gegevens over de niet-monetaire financiële instellingen (niet-monetaire instellingen voor collectieve belegging, beursvennootschappen, verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen, ...) worden voornamelijk ontleend aan de toezichthouder op die instellingen of de beroepsverenigingen, zoals de Belgische Vereniging van Instellingen voor Collectieve Belegging (BVICB).
In de sector financiële instellingen worden enquêtes gehouden over verschillende financiële producten. Het betreft voornamelijk de enquêtes betreffende het "houderschap van gedematerialiseerde effecten van de Belgische overheidsschuld, thesauriebewijzen en depositobewijzen". Een andere enquête betreft de "aanvragen van hypothecair krediet" en de "verleden hypothecaire kredieten" en loopt in samenwerking met de Beroepsvereniging van het Krediet (BVK).
Referentie-materiaal
De statistieken over financiële instellingen zijn voornamelijk opgemaakt volgens de richtlijnen van internationale instellingen. Dit is in het bijzonder het geval voor de monetaire en bancaire statistieken ten behoeve van de ECB, die moeten worden opgesteld volgens de voor alle landen van de EMU geldende definities. Deze definities sluiten meestal nauw aan bij andere internationale afspraken in het statistische domein.
De belangrijkste methodologische beschrijvingen kunnen worden teruggevonden in: