Brussel, 25 oktober 2002
MEDEDELING NR. D. 221
Betreft: Statistiek van de rechtstreekse levensverzekeringsactiviteit in België en in het buitenland.
I. Inleiding
Aangezien verwacht mag worden dat deAfhankelijkheidsverzekering en de verzekering Gewaarborgd Inkomen op middellangetermijn een belangrijke rol zullen gaan spelen, acht de Controledienst voor deVerzekeringen het noodzakelijk de statistieken te wijzigen, zodat er over dezedekkingen statistische gegevens kunnen worden verzameld.
Daar dit soort verzekeringen zowel de vorm kan aannemen vaneen verzekering niet-leven als van een aanvullende verzekering bij eenlevensverzekering, dienen zowel de statistieken Leven als Niet-Leven te wordenherzien om een zicht te hebben op de markt in kwestie.
Aangezien Collectie C die omschreven is in mededeling D.159geenszins toelaat de nodige gegevens te verkrijgen voor de controle op delevensverzekeringen verbonden met afgezonderde fondsen noch op delevensverzekeringen verbonden met beleggingsfondsen, diende deze collectie C teworden opgesplitst in twee collecties, namelijk C1 en C2, en moesten despecifieke gegevens gevraagd worden die vereist zijn om de controleopdracht vande Controledienst tot een goed einde te brengen.
De ondernemingen worden verzocht hun interne organisatie enhun informaticasysteem aan te passen zodat de nieuwe gegevens vanaf het boekjaar2003 (reporting 2004) volgens het hierna beschreven model kunnen wordenverzameld.
II. Tabellen betreffende de rendabiliteit
De kolom "aanvullende verzekeringen" van de takken21 en 23, zowel in Individueel als in Groep, van de Collectie Rentability_1,zoals omschreven in mededeling D.159 van 26 mei 1997, wordt opgesplitst in vierkolommen : "A.V.R.I.", "Afhankelijkheid","Overige" en "Totaal".
De nummering van de kolommen is als volgt gewijzigd :nummer van de tak, rendabiliteitscategorie binnen de tak, verzekeringsproductvan de rendabiliteitscategorie van de tak.
Zo staat het nummer 23.IV.2 voor het tweede product vanrendabiliteitscategorie IV van tak 23.
De benaming van de kolommen en hun nummering zijn vermeld inde bijlage.
De kolommen zelf zijn dus aangepast, maar het aantalrendabiliteitscategorieën blijft ongewijzigd, aangezien de aanvullendeverzekeringen één enkele rendabiliteitscategorie blijven vormen.
De categorieën van verzekeringsproducten die in aanmerkingmoeten worden genomen voor de controle op de rendabiliteit stemmen dus overeenmet de volgende kolommen:
|
21.I. |
Tak 21, Individueel behalve KB 1969, Hoofdverzekering |
|
21.II. |
Tak 21, Individueel behalve KB 1969, Aanvullende verzekering |
|
21.III. |
Tak 21, Groep behalve KB 1969, Hoofdverzekering |
|
21.IV. |
Tak 21, Groep behalve KB 1969, Aanvullende verzekering |
|
21.V. |
Tak 21, Individueel KB 1969 |
|
21.VI. |
Tak 21, Groep KB 1969 |
|
22.I. |
Tak 22 |
|
23.I. |
Tak 23, Individueel, Hoofdverzekering |
|
23.II. |
Tak 23, Individueel, Aanvullende verzekering |
|
23.III. |
Tak 23, Groep, Hoofdverzekering |
|
23.IV. |
Tak 23, Groep, Aanvullende verzekering |
|
24.I. |
Tak 24 |
|
25.I. |
Tak 25 |
|
26.I. |
Tak 26 |
|
27.I. |
Tak 27 |
|
28.I. |
Tak 28 |
|
29.I. |
Tak 29 |
De rendabiliteit van de categorieën 21.I. tot en met 21.VI.wordt beoordeeld door voor elk van de categorieën de resultaten samen te voegenvan de producten die niet verbonden zijn met afgezonderde fondsen en van deproducten die wel verbonden zijn met afgezonderde fondsen.
De basisrubrieken blijven echter ongewijzigd.
III. Aanvullende tabellen betreffende delevensverzekeringsactiviteit
De collectie C is opgesplitst in twee collecties,namelijk C1 en C2 : de eerste collectie heeft betrekking op deafgezonderde fondsen terwijl de tweede bedoeld is voor de verrichtingenverbonden met beleggingsfondsen.
De rubrieken van deze collecties zijn grondig herwerkt, zodatde juiste inlichtingen verkregen kunnen worden voor de controle van de bedoeldeverrichtingen, en zijn niet identiek.
We merken op dat onder "maximale jaarlijksebeheerstoeslag" van collectie C1 en C2 moet worden verstaan de maximaleinventaristoeslag die de verzekeringsonderneming contractueel gezien mag heffenop de afgezonderde fondsen of de beleggingsfondsen.
In de collectie C2 van de statistieken betreffende destaat van de beleggingsfondsen moet het volledige tegoed van deze fondsen wordenopgenomen (verkocht en niet-verkocht deel van het beleggingsfonds).
Voor de aanvullende verzekeringen zijn er nieuwe collectiesHi (1 £ i £ 8) ingevoerd om de driehoekenbetreffende de evolutie van de schadelast te kunnen opmaken.
De ondernemingen worden verzocht minstens de lijnen X, X-1 en X-2 van deze collectiesHi in te vullen voor het boekjaar 2003(reporting 2004). Dit houdt in dat zij op zijn minst de gegevens moeten invullenmet betrekking tot de voorvalsjaren 2001, 2002 en 2003, zodat de Controlediensteen eerste analyse kan maken op basis van de driehoeken betreffende de evolutie van de schadelast.
De Voorzitter,
Willy P. Lenaerts.
Bijlage