Algemene Vergadering 2010

2010-05-31

afdrukversie  (pdf - 19k)

Inleidende uiteenzetting van gouverneur Guy Quaden

Dames en heren,

Namens mezelf en de andere leden van het Directiecomité, heet ik u welkom op deze gewone algemene vergadering van aandeelhouders van de Nationale Bank van België.

Traditiegetrouw zou ik aan het begin van deze vergadering enkele belangrijke wijzigingen willen schetsen die in 2009 plaatsvonden of aangekondigd werden. Het betreft in het bijzonder het nieuwe reserverings- en dividendbeleid dat door de Regentenraad werd vastgesteld overeenkomstig de wet van 3 april 2009, alsook de vaste wil van de nationale overheid om de organisatie van het toezicht op de financiële sector in België te wijzigen.
Het gaat voor de Bank om twee belangrijke wijzigingen die nauw verbonden zijn aan twee hoofdopdrachten van de centrale banken, namelijk de uitgifte van bankbiljetten en het behoud van de financiële stabiliteit.

Dankzij het monopolie van de biljettenuitgifte dat de Staten aan de centrale banken toevertrouwen, beschikken deze laatste over de noodzakelijke middelen om het monetair beleid ten uitvoer te leggen en de overige hun toevertrouwde opdrachten van algemeen belang te vervullen.

De tegenpost van de bankbiljetten, die zijn geboekt op de passiefzijde van de balans van de centrale bank, bestaat immers, op de actiefzijde van de balans, uit deviezenreserves en uit aan de commerciële banken, in het kader van het monetaire beleid, verstrekte kredieten. Het rendement van deze activa, die zodoende worden gefinancierd door niet-vergoede passiva in de vorm van bankbiljetten, is het zogenoemde "seigneuriage-inkomen". Dankzij het monopolie van de biljettenuitgifte dat de Staat aan de centrale bank toekent, ontvangt deze laatste dus het seigneuriage-inkomen, wat leidt tot belangrijke winsten in verhouding tot haar behoeften. Om die reden waarborgt het statuut van de centrale banken overal dat het overschot van hun inkomsten toevloeit naar de nationale Staat.

In België is de verdelingsregel van de inkomsten tussen de Bank en de Staat recentelijk door het Parlement gewijzigd, wat de Regentenraad van de Bank ertoe heeft aangezet een nieuw reserverings- en dividendbeleid vast te stellen.

De Regentenraad heeft, zoals de Memorie van toelichting bij de wet van 3 april 2009 hem expliciet opdraagt, een reserverings- en dividendbeleid vastgesteld dat beoogt te garanderen dat de onderscheiden belangen van de Bank (vooral haar financiële onafhankelijkheid), de aandeelhouders en de soevereine Staat alle op een evenwichtige wijze aan bod komen.

De aandeelhouders ontvangen voortaan een tweede dividend ten belope van de helft van de netto-opbrengsten van de activa die de tegenpost vormen van de eerder gereserveerde winsten. Het niet uitgekeerde deel van die opbrengsten wordt op zijn beurt gereserveerd, samen met een veel groter bedrag aan andere opbrengsten, zodat in totaal 25% van de te verdelen winst aan de beschikbare reserve wordt toegevoegd. Aldus hebben de aandeelhouders zicht op een stijgende rendementsbasis voor het bepalen van het dividend, waarvan de aangroei grotendeels wordt gefinancierd met monetaire inkomsten.

Net als voorheen wordt het dividend in hoge mate beschermd tegen de volatiliteit van het resultaat van de Bank dat afhankelijk is van het monetair beleid van het Eurosysteem en van exogene factoren zoals de vraag naar bankbiljetten of het wisselkoersverloop. Het dividend wordt bovendien gewaarborgd door de reserves.

De Staat, als soevereine Staat die het emissieprivilege heeft toegekend, ontvangt pas als laatste het saldo van de jaarlijkse inkomsten. Dat saldo mag onder geen enkel beding een terugneming van reserves bevatten of enig deel van de netto-opbrengsten van de portefeuille die de tegenpost is van de reserves.

Tot slot heeft de Regentenraad besloten een bedrag van €954 miljoen uit de voorzieningen over te dragen naar de beschikbare reserve. Daardoor wordt de basis voor de berekening van het dividend onmiddellijk en sterk verhoogd.

De financiële crisis van haar kant heeft de overheid ertoe aangezet de architectuur van het toezicht op de Belgische financiële sector opnieuw te bekijken.

Zoals bekend, valt het toezicht op de individuele financiële instellingen en op de markten onder de bevoegdheid van de CBFA, terwijl de Bank reeds belast is met het macroprudentieel toezicht, dat is het toezicht op de stabiliteit van het hele nationale financiële stelsel. De crisis heeft aangetoond dat die opdrachten nauw met elkaar verbonden zijn en dat verduidelijking noodzakelijk is.

Om die reden werden het afgelopen jaar voorstellen geformuleerd om de organisatie van het toezicht op de financiële instellingen en de financiële markten aan te passen.

Ofschoon financiële crisissen door geen enkel toezichtmodel volledig kunnen worden uitgesloten, geven steeds meer landen de voorkeur aan het zogenoemde "twin peaks"-systeem. Volgens dat systeem wordt de centrale bank, die reeds belast is met het macroprudentieel toezicht, ook met het microprudentieel toezicht belast, terwijl een afzonderlijke instelling moet waken over de goede werking van de markten, over de naleving van de gedragsregels die gelden voor het aanbod van diensten en financiële producten, alsook over het correct informeren en beschermen van de consument van financiële diensten.

Een dergelijke tweepijlerstructuur biedt tal van voordelen. Om te beginnen, vergemakkelijkt ze de onafhankelijke vervulling van twee belangrijke opdrachten, namelijk het handhaven van de soliditeit van de financiële instellingen, enerzijds, en het vrijwaren van de marktintegriteit en het beschermen van de consumenten, anderzijds. Bovendien levert de centralisatie van de micro- en macrocomponenten van het toezicht in één enkele instelling een coherent beeld op van alle risico's voor de financiële instellingen en vergemakkelijkt de gecoördineerde tenuitvoerlegging van de instrumenten van het toezichtbeleid. Deze structuur maakt het tevens mogelijk de troeven waarover de centrale banken beschikken op het vlak van risicobewaking, zo goed mogelijk uit te spelen. Ik denk daarbij vooral aan hun dagelijkse relaties met de geldmarkt, aan hun deelname aan de betalings- en vereffeningssytemen, aan hun macro-economische analyses, alsook aan hun deelname, binnen de Europese Unie, aan een geïntegreerd netwerk van centrale banken.

De Belgische overheid heeft voor deze dubbele structuur geopteerd. Een recentelijk door het Parlement gestemde wet voorziet in de overheveling naar de Bank, uiterlijk tegen 1 januari 2011, van de bevoegdheden van de CBFA inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsmaatschappijen, beursvennootschappen en verschillende andere soorten van financiële instellingen.

De nieuwe CBFA zal, onafhankelijk van de NBB, belast zijn met alle aspecten van het toezicht op de financiële markten en de beursgenoteerde vennootschappen, alsook met het toezicht op de financiële producten en diensten die op de markt worden gebracht en met de correcte toepassing van de gedragsregels door de financiële instellingen ten opzichte van hun klanten. Later zou ze ruimere bevoegdheden toegewezen krijgen op het vlak van informatieverstrekking en bescherming van de consument van financiële diensten.

De Koning is gemachtigd concreet de overdracht te regelen van het prudentieel toezicht naar de Bank. Daartoe moet nog een koninklijk besluit worden genomen.

Dit nieuwe toezichtmodel zal worden ingepast in een internationale institutionele structuur, die op haar beurt in volle ontwikkeling is. Conform de aanbevelingen van het rapport de Larosière, zal binnen de Europese Unie een Europees Comité voor Systeemrisico's worden opgericht, dat zal worden voorgezeten door de president van de Europese Centrale Bank en waarin de presidenten van de nationale centrale banken zitting zullen hebben, alsook een Europees Systeem van Financiële Toezichthouders.

De vele vragen die wij ter zake hebben ontvangen, zijn het bewijs dat de beide voor de Bank belangrijke ontwikkelingen die ik zopas heb geschetst, namelijk het nieuwe reserverings- en dividendbeleid, en de hervorming van de prudentiële toezichtarchitectuur, uw volle belangstelling wegdragen. Daarom zullen wij tijdens de question time vanmiddag meer in detail op deze beide thema's terugkomen.

Ik dank u voor uw aandacht en ik geef nu het woord aan de vicegouverneur voor een toelichting bij de jaarrekeningen voor het boekjaar 2009.