De wet van 14/12/2005 voorziet in de toekomstige afschaffing van de effecten aan toonder. Door het KB van 12/1/2006 wordt het werkterrein van het effectenvereffeningsstelsel uitgebreid met bepaalde vennootschapsobligaties om deze dematerialisatie mogelijk te maken. Dit heeft gevolgen voor het effectenvereffeningsstelsel.
Wet houdende afschaffing van de effecten aan toonder
In het Belgisch Staatsblad van 23 december 2005 werd de wet van 14 december 2005 gepubliceerd houdende afschaffing van de effecten aan toonder (erratum verschenen op datum van 6 februari 2006). Een verbetering verscheen op 8 mei 2007.
De belangrijkste bepalingen van deze wet zijn de volgende:
- afschaffing van de effecten aan toonder voor de nieuwe emissies vanaf 1 januari 2008 (effecten naar Belgisch recht uitgegeven door Belgische emittenten);
- dematerialisatie van rechtswege van bepaalde effecten aan toonder die ingeschreven zijn op rekening op 1 januari 2008 (met name de effecten van Belgische vennootschappen die op een gereglementeerde markt genoteerd zijn en de effecten van de openbare sector). De andere effecten aan toonder moeten in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten worden omgezet, ten laatste op 31 december 2013;
- verbod op fysieke levering in Belgie vanaf 1 januari 2008 (betreft alle effecten).
Rol van de NBB als vereffeningsinstelling
Er is geen wijziging voor wat betreft de effecten die reeds onder gedematerialiseerde vorm zijn uitgegeven (lineaire obligatie, (OLO), schatkistcertificaat, Belgian Treasury Bill (schatkistbon), thesauriebewijs en depositobewijs). De Nationale Bank blijft de aangewezen vereffeningsinstelling voor deze effecten.
Voor wat betreft de vennootschapsobligaties bedoeld in artikel 485 van het Wetboek van Vennootschappen werd de Nationale Bank, samen met Euroclear Belgium, door het Koninklijk Besluit van 12 januari 2006 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 februari 2006) als vereffeningsinstelling aangeduid.
Hetzelfde Koninklijk Besluit heeft de NBB erkend als rekeninghouder.
Rekeninghouder
Inzake de gedematerialiseerde effecten van de Belgische vennootschappen werd door het Koninklijk Besluit van 12 januari 2006 een erkenning verleend aan de volgende instellingen (artikel 1):
- de kredietinstellingen naar Belgisch recht;
- de beursvennootschappen naar Belgisch recht;
- de in België gevestigde verrekenings- en vereffeningsinstellingen;
- de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen of beleggingsondernemingen naar buitenlands recht die in hun land van herkomst gemachtigd zijn effecten bij te houden voor rekening van derden.
Niettemin moeten deze instellingen vooraf de NBB - dienst Prudentieel toezicht op banken en beursvennootschappen op de hoogte brengen van het starten van deze activiteit (artikel 2).
Emissies in gedematerialiseerde vorm
Het Reglement werd aangepast, zodanig dat de emissies in gedematerialiseerde vorm, overeenkomstig artikel 485 van het Wetboek van Vennootschappen, door de Nationale Bank kunnen aanvaard worden. Het betreft zowel nieuwe emissies als de omzetting van bestaande leningen (zie bijlage 3.0 en in het bijzonder bijlagen 3.2a en 3.2b aan het Reglement aangaande de verwerking van de roerende voorheffing bij omzetting van een bestaande lening).
De emittenten dienen niettemin na te gaan of hun statuten de uitgifte van effecten in gedematerialiseerde vorm toelaten.
Bovendien moeten de deelnemers vooraf de NBB inlichten over het aanvangen van hun activiteit als rekeninghouder voor gedematerialiseerde effecten. Deze lijst wordt gepubliceerd op de website van de NBB.