Driemaandelijkse bijwerking van 6 maart 2020

Integrale versie van het kwartaalcommentaar (PDF).

Executive summary

In het vierde kwartaal van 2019 liet de groei van de kredietverlening aan de niet-financiële ondernemingen door de ingezeten banken in België een vertraging optekenen ten opzichte van september 2019. Eind december bedroeg het jaar-op-jaar veranderingspercentage van die kredieten 3,9 % (tegen 5,1 % eind september). Het groeitempo van de kredieten op korte termijn (minder dan een jaar) beliep aan het einde van het jaar 0,4 % (tegen 3,7 % tijdens het voorgaande kwartaal), terwijl dat van de kredieten op middellange termijn (tussen één en vijf jaar) vertraagde tot -1,2 % (tegen -0,4 % eind september). Ook de groei van de langlopende kredieten (meer dan vijf jaar), ten slotte, liep terug tot 6,5 % in het laatste kwartaal van 2019, tegen 7,0 % in het voorgaande kwartaal.

De op nieuwe bankkredieten van toepassing zijnde rentetarieven bleven laag. In het vierde kwartaal van 2019 zijn de tarieven op nieuwe kredieten aan ondernemingen algemeen beschouwd gedaald, met uitzondering van de rente op kortlopende kredieten van meer dan € 1 miljoen, die gestegen is van 1,31 tot 1,36 %. De rente op kortlopende kredieten van minder dan € 1 miljoen, die gewoonlijk dezelfde tendens volgt als de geldmarktrente, bedroeg 1,55 % (-4 basispunten ten opzichte van het voorgaande kwartaal). De rentetarieven op middellange termijn (tussen één en vijf jaar) daalden met 18 basispunten, tot 1,25 %. De gemiddelde rente op langlopende kredieten (meer dan vijf jaar), ten slotte, zakte tot 1,48 % (-5 basispunten).

Volgens de gegevens die de vier grote Belgische banken verstrekten in het kader van de enquête van het Eurosysteem naar de bancaire kredietverlening, werden de criteria voor kredietverlening aan ondernemingen in het vierde kwartaal van 2019 licht aangescherpt vanwege een ongunstig verloop van de financieringskosten en de balansrestricties, alsook van de risicoperceptie. Voorts maakten de banken ten opzichte van het voorgaande kwartaal gewag van een daling van de kredietvraag, zowel van de grote ondernemingen als van de kmo’s. Die daling was toe te schrijven aan geringere investeringsgerelateerde financieringsbehoeften, aan fusies en overnames alsook aan de schuldherschikking. Bovendien zouden ook de door de concurrentie aangeboden leningen die ontwikkeling in de hand hebben gewerkt. Voor het eerste kwartaal van 2020 gaan de Belgische banken ervan uit dat hun kredietverleningscriteria opnieuw zullen worden aangescherpt en verwachten ze een forse daling van de kredietvraag van de ondernemingen. De niet financiële ondernemingen, van hun kant, beschouwen de algemene kredietvoorwaarden nog steeds als gunstig.

Voor het eurogebied als geheel bleef de kredietverlening aan ondernemingen in het vierde kwartaal van 2019 teruglopen, tot 3,2 %, tegen 3,6 % in het voorgaande kwartaal. In de meeste lidstaten, behalve in Nederland en in Italië, werden positieve groeicijfers opgetekend. De banken uit de monetaire unie maakten tijdens die periode overigens gewag van een stabilisatie van hun voorwaarden voor bedrijfskredieten en van een lichte terugval van de vraag naar krediet. Voor het eerste kwartaal van 2020 verwachten ze een handhaving van hun kredietverleningscriteria en een nieuwe daling van de kredietvraag.