Driemaandelijkse bijwerking van 5 maart 2021

Integrale versie van het kwartaalcommentaar (PDF).

Executive summary

In het vierde kwartaal van 2020 nam de kredietverlening aan de niet-financiële ondernemingen door de ingezeten banken af in België. Het jaar-op-jaar veranderingspercentage van die kredieten bedroeg eind december 1,8 %, tegen 2,4 % eind september. Deze situatie is het gevolg van verschillende factoren, waaronder de terugbetaling van kortlopende kredieten, de afgenomen kredietvraag van voornamelijk kmo’s en de verminderde financieringsbehoeften voor investeringen. Het groeitempo van de kredieten op korte termijn (minder dan een jaar) liep in het vierde kwartaal terug tot -5,3 % (tegen -2,9 % tijdens het voorgaande kwartaal), terwijl dat van de kredieten op middellange termijn (tussen één en vijf jaar) toenam tot 6,2 % (tegen 5,3 % eind september). De groei van de langlopende kredieten (meer dan vijf jaar), ten slotte, kwam uit op 3,8 % eind 2020, tegen 4,1 % in het voorgaande kwartaal.

Om de druk op de financiële situatie van bepaalde ondernemingen die bijzonder zijn blootgesteld aan de COVID-19-crisis te verlichten, hebben de minister van Financiën en de financiële sector in maart 2020 een overeenkomst gesloten over een financiële steun aan ondernemingen in de vorm van een uitstel van de betaling van kredieten, dat aanvankelijk was gepland voor een periode van maximaal zes maanden en vervolgens werd verlengd tot negen maanden, en uitsluitend van toepassing was op het kapitaal. Deze maatregel werd verlengd tot 30 juni 2021 voor kredietnemers die nog altijd de gevolgen van de crisis ondervinden. Volgens de laatste beschikbare gegevens had deze faciliteit op 3 januari nog slechts betrekking op € 6,4 miljard aan kredieten aan ondernemingen, voor het merendeel kmo’s. Dit waren voornamelijk langlopende kredieten. Voor de kmo’s werd het aandeel van de kredieten waarop het moratorium van toepassing is, geraamd op minder dan 5 % van hun bankschulden. De staatswaarborgregeling voor bankleningen aan ondernemingen, die overigens ook werd verlengd om meer specifiek aan de noden van de kmo’s tegemoet te komen, omvatte eind 2020 (oude en nieuwe versie samen) € 2,0 miljard aan kredieten.

De rentetarieven van toepassing op nieuwe bankkredieten bleven laag. In het vierde kwartaal van 2020 zijn de tarieven op nieuwe kredieten aan ondernemingen over het algemeen gedaald. De rente op kortlopende kredieten van minder dan € 1 miljoen, die gewoonlijk dezelfde tendens volgt als de geldmarktrente, bedroeg 1,55 % (-1 basispunt ten opzichte van het voorgaande kwartaal). De rente op kortlopende kredieten van meer dan € 1 miljoen daalde tot 1,37 % (-4 basispunten). De rentetarieven op middellange termijn (tussen één en vijf jaar) daalden met 8 basispunten, tot 1,44 %. De gemiddelde rente op langlopende kredieten (meer dan vijf jaar), ten slotte, nam af tot 1,45 % (-5 basispunten).

Volgens de gegevens die de vier grote Belgische banken verstrekten in het kader van de enquête van het Eurosysteem naar de bancaire kredietverlening, werden de criteria voor kredietverlening aan ondernemingen enigszins verstrengd in het vierde kwartaal van 2020, meer voor de kmo’s dan voor de grote ondernemingen. De kredietinstellingen rapporteerden een ongunstig verloop van de risicoperceptie. Voorts maakten de banken ten opzichte van het voorgaande kwartaal gewag van een gematigde daling van de kredietvraag vanwege de kmo’s. Die daling is het gevolg van geringere financieringsbehoeften voor investeringen, en voor het beheer van voorraden en bedrijfskapitaal. De ontwikkeling van die factoren werd evenwel gedeeltelijk gecompenseerd door hogere financieringsbehoeften voor de schuldherschikking en voor fusies en overnames. Voor het eerste kwartaal van 2021 gaan de Belgische banken ervan uit dat ze hun kredietverleningscriteria zullen behouden en verwachten ze opnieuw een daling van de kredietvraag van de ondernemingen. De niet financiële ondernemingen, van hun kant, beschouwen de algemene kredietvoorwaarden als enigszins beter dan in het voorgaande kwartaal.

Voor het eurogebied als geheel bleef de kredietverlening aan ondernemingen in het vierde kwartaal van 2020 stabiel op 7,2 % in december, zoals in september. In de meeste lidstaten werden positieve groeicijfers opgetekend. De banken van de landen van het Eurosysteem maakten tijdens die periode overigens gewag van een verstrenging van hun voorwaarden voor bedrijfskredieten, door een verslechterde risicoperceptie, en van een daling van de vraag naar krediet, onder impuls van de verminderde financieringsbehoeften voor investeringen. Voor het eerste kwartaal van 2021 verwachten ze een verstrenging van hun kredietverleningscriteria en een gematigde stijging van de kredietvraag.