Maandelijkse bijwerking van 12 april 2019

Printer versie (PDF)

KREDIETVERSTREKKING DOOR INGEZETEN BANKEN AAN NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN

Februari 2019

Het jaar-op-jaar veranderingspercentage van de kredietverstrekking door ingezeten banken aan niet-financiële vennootschappen steeg in februari tot 6,8 %, tegen 6,5 % in de voorgaande maand. Het verloop van de kredieten met een korte en lange looptijd ligt ten grondslag aan die stijging: het veranderingspercentage van de kredieten op minder dan een jaar bedroeg 10,5 % (tegen 10,2 % in januari) en dat van leningen op meer dan vijf jaar steeg van 7,1 tot 7,8 %. De jaar-op-jaar groei van de kredieten op middellange termijn bleef daarentegen teruglopen: die zakte tot -4,5 % (tegen -2,4 % een maand eerder). Op basis van de seizoengezuiverde gegevens lag het volume van de in februari toegekende nieuwe kredieten € 0,9 miljard hoger dan dat van de afgeloste kredieten.

De gemiddelde rente op de nieuwe bedrijfskredieten steeg in februari en kwam uit op 1,62 % (+3 basispunten ten opzichte van januari). Die toename gold voor alle kredietcategorieën, met uitzondering van de kortlopende leningen met een waarde van minder dan € 1 miljoen, waarop de rente stabiel bleef. De rente op middellange kredieten (met een initiële rentevaste periode tussen één en vijf jaar) en die op langlopende kredieten (met een initiële rentevaste periode van meer dan vijf jaar) zijn met respectievelijk 4 en 1 basispunt(en) toegenomen, tot 1,40 % en 1,77 %. De rente op kortlopende kredieten (met een rentevaste periode van minder dan een jaar) van meer dan € 1 miljoen is met 6 basispunten gestegen, tot 1,39 %. De kortetermijnrente voor kredieten van minder dan € 1 miljoen bleef daarentegen onveranderd op 1,59 %.

RENTETARIEVEN OP NIEUWE KREDIETEN GEWOGEN GEMIDDELDE RENTE3

1. Berekend als de verhouding van de gecumuleerde nettostromen van de laatste twaalf maanden tot de uitstaande kredieten in de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar. In deze definitie zijn eventuele herclassificaties en herzieningen van het uitstaande bedrag niet inbegrepen.

2. De maandelijkse nettostromen komen overeen met de bedragen van de nieuwe verstrekte leningen waarvan de waarde van de terugbetalingen wordt afgetrokken.

3. Door de Belgische banken op nieuwe bedrijfskredieten toegepaste gewogen gemiddelde rente. De weging is gebaseerd op de uitstaande bedragen van de verschillende soorten kredieten.