Maandelijkse bijwerking van 12 mei 2020

Printer versie (PDF)

KREDIETVERSTREKKING DOOR INGEZETEN BANKEN AAN NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN

Maart 2020

Het jaar-op-jaar veranderingspercentage van de kredietverstrekking door de ingezeten banken aan de niet-financiële vennootschappen steeg in maart en kwam op 6,6 % uit, tegen 4,0 % in de voorgaande maand. Als gevolg van de impact van de economische crisis op de liquiditeitsbehoeften van de ondernemingen, namen de kredietvolumes op korte en middellange termijn toe, terwijl de groei van de leningen op lange termijn (meer dan vijf jaar) stabiel bleef, op 5,2 %. De jaar-op-jaar groei van de kredieten met een looptijd van minder dan een jaar beliep 8,8 % (tegen 0,4 % in februari) en die van de kredieten met een looptijd van één tot vijf jaar steeg tot 9,0 %, tegen 5,5 % de maand voordien. Op basis van de seizoengezuiverde gegevens lag het volume van de in maart toegekende nieuwe kredieten € 3,3 miljard hoger dan dat van de afgeloste kredieten.

De gemiddelde rente op de nieuwe bedrijfskredieten daalde in maart nauwelijks, tot 1,46 % (tegen 1,47 % in februari). De rente op kortlopende kredieten (met een initiële rentevaste periode van minder dan een jaar) van meer dan € 1 miljoen nam met 10 basispunten af (tot 1,32 %) en die op kredieten op middellange termijn (met een initiële rentevaste periode van één tot vijf jaar) daalde tot 1,37 % (-7 basispunten). De rente op kortlopende kredieten van minder dan € 1 miljoen steeg daarentegen met 2 basispunten, tot 1,58 %, terwijl die op langlopende leningen (met een initiële rentevaste periode van meer dan vijf jaar) opliep tot 1,53 % (+4 basispunten).

RENTETARIEVEN OP NIEUWE KREDIETEN GEWOGEN GEMIDDELDE RENTE

1. Berekend als de verhouding van de gecumuleerde nettostromen van de laatste twaalf maanden tot de uitstaande kredieten in de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar. In deze definitie zijn eventuele herclassificaties en herzieningen van het uitstaande bedrag niet inbegrepen.

2. De maandelijkse nettostromen komen overeen met de bedragen van de nieuwe verstrekte leningen waar de waarde van de terugbetalingen van wordt afgetrokken.

3. Door de Belgische banken op nieuwe bedrijfskredieten toegepaste gewogen gemiddelde rente. De weging is gebaseerd op de uitstaande bedragen van de diverse soorten kredieten.