Observatorium voor krediet aan niet-financiële vennootschappen: maandelijkse bijwerking (KO)

Maandelijkse bijwerking van 14 augustus 2018

Printer versie (PDF)

KREDIETVERSTREKKING DOOR INGEZETEN BANKEN AAN NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN

Juni 2018

Het jaar-op-jaar veranderingspercentage van de kredietverstrekking door ingezeten banken aan niet-financiële vennootschappen is in juni gedaald tot 8,4 %, tegen 9,0 % in de voorgaande maand. De daling van het groeipercentage kwam tot uiting in de korte en middellange looptijden. Het groeipercentage van de kredieten op minder dan een jaar liep terug tot 7,9 % (tegen 8,4 % in mei), terwijl dat van de kredieten met een looptijd tussen één en vijf jaar afnam tot 10,7 % (tegen 15,2 %). Het jaar-op-jaar veranderingspercentage van de kredieten op meer dan vijf jaar bleef krachtig en kwam uit op 8,0 % (tegen 7,9 % in mei). Op basis van seizoengezuiverde gegevens viel het volume van de in juni toegekende nieuwe kredieten € 0,4 miljard hoger uit dan dat van de afgeloste kredieten.

Het gemiddelde van de rentetarieven op de nieuwe kredieten aan ondernemingen daalde in juni met 3 basispunten, tot 1,6 %. De rente op de langlopende kredieten (waarvan de initiële rentevaste periode meer dan vijf jaar bedraagt) nam met 5 basispunten af, tot 1,77 %. De rente voor kredieten op middellange termijn (met een initiële rentevaste periode tussen één en vijf jaar) daalde eveneens met 5 basispunten, tot 1,37 %. Ten slotte is de rente op kortlopende kredieten (met een initiële rentevaste periode van minder dan een jaar) met een waarde van minder dan € 1 miljoen met 1 basispunt gestegen, tot 1,62 %, terwijl die op kredieten met een waarde van meer dan € 1 miljoen met 2 basispunten toenam, tot 1,33 %.

RENTETARIEVEN OP NIEUWE KREDIETEN GEWOGEN GEMIDDELDE RENTE3

1. Berekend als de verhouding van de gecumuleerde nettostromen van de laatste twaalf maanden tot de uitstaande kredieten in de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar. In deze definitie zijn eventuele herclassificaties en herzieningen van het uitstaande bedrag niet inbegrepen.

2. De maandelijkse nettostromen komen overeen met de bedragen van de nieuwe verstrekte leningen waarvan de waarde van de terugbetalingen wordt afgetrokken.

3. Door de Belgische banken op nieuwe bedrijfskredieten toegepaste gewogen gemiddelde rente. De weging is gebaseerd op de uitstaande bedragen van de verschillende soorten kredieten.