Maandelijkse bijwerking van 13 mei 2013

Printer versie (PDF)

KREDIETVERSTREKKING DOOR INGEZETEN BANKEN AAN NIET-FINANCIËLE VENNOOTSCHAPPEN

Maart 2013

In maart 2013 bedroeg de jaar-op-jaar groei van de bancaire kredieten aan niet-financiële vennootschappen 1,2 % (tegen 1,7 % in februari). Hoewel de groei nog steeds positief was, is die vertraagd ten opzichte van de voorgaande maanden. De kredietverstrekking overschreed amper de afgeloste kredieten: seizoengezuiverd kwam het saldo op € 0,1 miljard uit.

De gemiddelde rente op nieuwe bedrijfskredieten bedroeg 2,94 %, wat een daling met 6 basispunten ten opzichte van die in februari impliceert, waardoor de stijging van de maand voordien werd geneutraliseerd. De rente van de kredieten op korte termijn (met variabele rentevoet en met een initiële rentevaste periode van 1 jaar of minder) met een lager ontleend bedrag (minder dan of gelijk aan € 1 miljoen), bleef over het geheel genomen stabiel; ze beliep 2,00 % (één basispunt hoger dan in februari); de rente op kortlopende kredieten met een hoger bedrag (meer dan € 1 miljoen), nam toe tot 1,71 % (een stijging met 5 basispunten). Daarentegen daalden de tarieven die gelden op middellange- en langetermijnkredieten met respectievelijk 4 en 15 basispunten: de rente op kredieten met een initiële rentevaste periode tussen 1 en 5 jaar bedroeg 3,19 % en die op kredieten met een initiële rentevaste periode van meer dan 5 jaar 3,67 %. Door die ontwikkelingen nam de marge tussen de rentetarieven op middellange- en langetermijnkredieten en de rente op kortlopende kredieten enigszins af ten opzichte van de maand voordien.

RENTETARIEVEN OP NIEUWE KREDIETEN GEWOGEN GEMIDDELDE RENTE3

1. Berekend als de verhouding van de gecumuleerde stromen van de laatste twaalf maanden tot de uitstaande kredieten in de overeenstemmende maand van het voorgaande jaar.

2. De maandelijkse nettostromen komen overeen met de bedragen van de nieuwe verstrekte leningen waarvan de waarde van de terugbetalingen wordt afgetrokken.

3. Door de Belgische banken op nieuwe bedrijfskredieten toegepaste gewogen gemiddelde rente. De weging is gebaseerd op het respectieve uitstaande bedrag van de diverse soorten kredieten.