Centrale voor kredieten aan ondernemingen

De Centrale voor kredieten aan ondernemingen (CKO) registreert de gegevens betreffende de kredieten van ten minste 25 000 euro die door de in België gevestigde kredietinstellingen voor beroepsdoeleinden aan ingezeten en niet-ingezeten natuurlijke en rechtspersonen worden verstrekt.

Met "kredietinstellingen" wordt verwezen naar alle in België gevestigde kredietinstellingen, namelijk de kredietinstellingen naar Belgisch recht en de Belgische bijkantoren van kredietinstellingen naar buitenlands recht, als bedoeld in titel II, III en IV van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en toezicht op kredietinstellingen.

De hier gepresenteerde reeksen handelen over de kredieten aan de Belgische niet-financiële vennootschappen. Ze omvatten het geheel van uitbetalingskredieten (leningen op meer dan een jaar, op minder dan een jaar, voorschotten in rekening-courant, enz.)

Het totale bedrag is berekend op basis van alle niet-financiële ondernemingen die nog bestaan op de datum waar de statistieken betrekking op hebben. Dat is ook het geval voor statistieken naar bedrijfstak.

De statistieken naar de grootte van de ondernemingen verwijzen evenwel naar ondernemingen die in de loop van de laatste 60 maanden ten minst één keer jaarrekeningen hebben neergelegd bij de Balanscentrale, dat zijn de ondernemingen waarvoor we over variabelen beschikken die het mogelijk maken de grootte te bepalen. De som van de kredieten gesplitst naar bedrijfsgrootte stemt niet overeen met het totale bedrag.

Op basis van de laatste neerlegging van de jaarrekeningen worden de niet-financiële vennootschappen als volgt ingedeeld:

  • kleine vennootschappen: die welke een verkort schema hebben neergelegd;
  • grote vennootschappen: die welke een volledig schema hebben neergelegd en die gedurende twee opeenvolgende jaren een omzet hebben van meer dan € 37.185.000;
  • middelgrote vennootschappen: die welke een volledig schema hebben neergelegd maar die gedurende twee opeenvolgende jaren geen omzet hebben van meer dan € 37.185.000.

Op 31 maart 2009 waren de vennootschappen die bankkredieten hadden ontvangen, als volgt ingedeeld: 178.728 kleine, 11.692 middelgrote en 3.671 grote ondernemingen.

De uitstaande bedragen hebben betrekking op de situatie aan het einde van de periode.

De veranderingen in de kredietverstrekking hebben betrekking op het verschil tussen het uitstaande bedrag aan kredietverstrekking aan het einde van een periode (maand, kwartaal) en het uitstaande bedrag aan het einde van de daaraan voorafgaande periode.

Het toegestane bedrag (toekenning) is het maximale bedrag dat de begunstigde op een kredietlijn kan opnemen, terwijl het opgenomen bedrag (opneming) het effectief gebruikte bedrag is.

Aan de hand van de verhouding tussen de opgenomen en de geopende bedragen kan de aanwendingsgraad van de kredietlijnen door de vennootschappen worden geraamd en dus ook de marge waarover ze nog beschikken.