De driemaandelijkse enquête bij de ondernemingen naar de kredietvoorwaarden

Sinds eind 2002 organiseert de Bank - op initiatief van de Europese Centrale Bank, de "Bank Lending Survey". Deze enquête, die kwalitatief van aard is, beoogt een verbetering van de beschikbare informatie omtrent de kredietvoorwaarden. Zij richt zich uitsluitend tot de kredietinstellingen, en weerspiegelt het verloop van de kredietvoorwaarden zoals het wordt ervaren aan de aanbodzijde, te weten door de kredietinstellingen. Om deze informatie aan te vullen met het beeld dat de kredietaanvragers ervan hebben, werden ook in 2002 twee vragen toegevoegd aan de herfstenquête naar de investeringen, die door de Bank bij de ondernemingen wordt uitgevoerd. Die twee vragen worden vanaf het jaar 2009 voortaan in een aparte enquête aan het eind van ieder kwartaal aan de ondernemingen voorgelegd.

Teneinde de perceptie van de ondernemers ten aanzien van de kredietvoorwaarden in algemenere zin te beoordelen, werden twee directe kwalitatieve vragen gesteld. De eerste, die zeer algemeen van aard is, beoogt het bepalen van een tevredenheidsgraad van de bedrijfsleiders ten aanzien van de geldende kredietvoorwaarden, op het ogenblik van de enquête. Het verloop van de algemene perceptie van de ondernemingen ten aanzien van de kredietvoorwaarden wordt gemeten aan de hand van het verloop van deze graad. De tweede vraag, die meer in detail gaat, is opgesteld naar het voorbeeld van de "Bank Lending Survey" en slaat op het verloop van de diverse kredietverleningsvoorwaarden (kosten, volume en waarborgen) in de loop van de drie laatste maanden.

Op sectoraal niveau is de enquête beperkt tot de bedrijfstakken die worden onderzocht in de investeringsenquête van de Nationale Bank van België, te weten de verwerkende nijverheid, de bouwnijverheid en de diensten aan bedrijven. Inzake het soort krediet is zij beperkt tot de kredieten die rechtstreeks betrekking hebben op de vorming van vast kapitaal. Niet opgenomen zijn de kredieten die worden toegekend ten behoeve van andere transacties zoals de overname of fusie van ondernemingen, de voorraadvorming, enz. Er dient echter opgemerkt dat, volgens deze definitie, de financiële leasing, evenals de factoring, als een lening wordt beschouwd.

Voor de jaren 2002 tot 2008 werden de bedrijfsleiders om het jaar ondervraagd over de kredietvoorwaarden. De algemene beoordeling heeft steeds betrekking op het tijdstip van de enquête terwijl de beoordeling van de verschillende voorwaarden tot de toegang van het krediet de vergelijking maakte tussen de voorwaarden die van toepassing waren op het ogenblik van de enquête en die van zes maanden voordien. Vanaf 2009 wordt de enquête volgens een driemaandelijkse frequentie uitgevoerd. De vraag met betrekking tot de algemene beoordeling heeft nog steeds betrekking op het moment van de uitvoering van de enquête. Daartegenover werd de referentieperiode met betrekking tot de beoordeling van de voorwaarden inzake de toegang tot het krediet teruggebracht naar drie maanden. De overgang naar een driemaandelijkse frequentie laat toe om de vergelijking met de door de "Bank Lending Survey" verzamelde korte-termijninformatie te verbeteren vermits de referentieperiode voortaan identiek is.

De resultaten: aan de hand van de antwoorden van elke onderneming wordt voor elke vraag het percentage van ondernemingen berekend dat een verbetering (positieve antwoorden) heeft gemeld, het percentage van ondernemingen dat een verslechtering (negatieve antwoorden) heeft gemeld, evenals het percentage ondernemingen dat een status quo heeft opgegeven. Voor elke vraag wordt een saldo bepaald: het betreft het verschil tussen het percentage ondernemingen dat een verbetering heeft aangegeven en het percentage ondernemingen dat een verslechtering heeft vermeld. Als er bijvoorbeeld evenveel positieve als negatieve antwoorden zijn, is het saldo van de vraag gelijk aan nul; een saldo van +10 betekent daarentegen dat de positieve antwoorden 10 procentpunt talrijker zijn dan de negatieve antwoorden.